‘Is hij dood?’

Daniel schudde zijn hoofd.

‘Dat weten ze nog niet.’

Ik voelde mijn adem versnellen.

‘We moeten terug.’

‘Dat kan niet,’ zei Rachel. ‘Ze laten ons niet zomaar binnen.’

Ik keek naar het gevangenisgebouw.

‘Dan vinden we een manier.’

Michael leefde.

Maar hij lag in het ziekenhuis van de gevangenis met een zware hoofdwond en meerdere gebroken ribben. De bewakers beweerden dat hij was gevallen tijdens een gevecht met een andere gevangene.

Ik geloofde er niets van.

Rachel kreeg via de advocaat toegang tot het medische verslag. Er stond dat Michael kort voor het incident bezoek had gehad van een onbekende man.

De bezoekregistratie was verdwenen.

De camerabeelden waren beschadigd.

Het patroon was inmiddels herkenbaar.

Iedere keer dat iemand dicht bij de waarheid kwam, verdween het bewijs.

Ik stond naast Michaels ziekenhuisbed.

Zijn ogen waren gesloten. Er zat een verband rond zijn hoofd. Zijn linkerarm lag in een mitella.

Ik pakte zijn hand.

‘Ik ben het,’ fluisterde ik. ‘Danielle.’

Hij bewoog nauwelijks.

‘Je moet wakker worden.’

Rachel stond bij de deur.

Daniel had inmiddels contact opgenomen met een federale onderzoeker die gespecialiseerd was in financiële misdrijven. Hij had beloofd de stichting en de documenten van mijn vader te onderzoeken.

Maar ik wist dat we niet veel tijd hadden.

Arthur zou niet wachten tot de autoriteiten hun werk hadden gedaan.

Ik boog me naar Michael toe.

‘Je hebt me verteld dat Lucy onze vader heeft vergiftigd. Ik wil weten waarom.’

Zijn ogen gingen langzaam open.

Hij keek me aan.

Toen fluisterde hij:

‘Ze deed het niet voor Arthur.’

Ik verstijfde.

‘Voor wie dan?’

Michael probeerde zijn hoofd te draaien.

‘Voor jou.’

Ik voelde mijn maag samentrekken.

‘Wat?’

Hij kneep zwakjes in mijn hand.

‘Ze dacht dat ze je redde.’

Ik schudde mijn hoofd.

‘Dat kan niet.’

Michael sloot zijn ogen.

‘Je vader wilde je vertellen wie je werkelijk was. Hij wilde je uit het bedrijf halen. Lucy dacht dat hij je naar Eleanor zou brengen.’

‘En?’

‘Ze was bang dat jij alles zou verliezen.’

‘Dus heeft ze hem vergiftigd?’

Michael knikte zwakjes.

‘Ze zei dat het maar tijdelijk zou zijn. Ze dacht dat hij alleen ziek zou worden. Martin had haar verteld dat het medicijn veilig was.’

Ik voelde mijn adem wegvallen.

‘Maar hij stierf.’

Michael knikte.

‘Arthur wist dat het middel gevaarlijk was. Hij heeft het flesje vervangen.’

Ik keek naar Rachel.

Ze had alles gehoord.

‘Dus Lucy heeft het medicijn gegeven, maar Arthur heeft de dosis veranderd,’ zei ze.

Michael knikte.

‘Ja.’

Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.

‘Waarom heeft ze me dan twee jaar lang laten opsluiten?’

Michael keek naar mij.

‘Omdat Arthur haar vertelde dat jij wist wat er was gebeurd.’

Ik staarde hem aan.

‘Dat is onmogelijk.’

‘Hij zei dat je hem had bedreigd. Dat je hem zou aangeven. Hij zei dat hij jou alleen kon beschermen als ze tegen je zou getuigen.’

Ik voelde een koude woede in me opkomen.

Arthur had iedereen tegen elkaar opgezet.

Hij had Lucy laten geloven dat ze mij beschermde.

Hij had mij laten geloven dat Lucy mijn vijand was.

En ondertussen had hij beide kanten gebruikt om het bedrijf over te nemen.

‘Waar is Lucy nu?’ vroeg ik.

Michael keek naar Rachel.

‘Ze is bij Arthur.’

Rachel knikte.

‘We weten dat ze daar woont.’

Michael pakte mijn hand steviger vast.

‘Nee. Je begrijpt het niet.’

Hij probeerde rechtop te komen.

‘Lucy is niet bij Arthur omdat ze van hem houdt.’

Ik keek hem aan.

‘Waarom dan?’

Hij fluisterde:

‘Omdat Arthur haar gevangenhoudt.’

Die avond kregen we een bericht van een onbekend nummer.

Er zat een foto bij.

Lucy stond op een balkon van het huis in de Hamptons. Achter haar stond Arthur. Zijn hand lag op haar schouder.

Maar wat mijn aandacht trok, was haar pols.

Er zat een donkere plek omheen.

Een blauwe plek.

Onder de foto stond:

Ze heeft nog één kans om te zwijgen.

Ik liet de telefoon aan Rachel zien.

‘Hij bedreigt haar.’

Rachel knikte.

‘Of hij wil dat we denken dat hij haar bedreigt.’

Ik keek naar de foto.

Lucy keek niet naar de camera.

Ze keek naar iets buiten beeld.

Haar linkerhand rustte op de reling.

Twee vingers waren licht gebogen.

Ik herkende het gebaar.

Mijn vader gebruikte het vroeger wanneer hij in een vergadering zat en wilde dat ik iets opmerkte zonder dat iemand anders het zag.

Twee vingers gebogen.

Een waarschuwing.

Ik zoomde in op de achtergrond.

Op een tafel achter Lucy lag een krant.

De datum was zichtbaar.

Vandaag.

Ik keek naar de klok.

22.41 uur.

‘Ze probeert ons iets te vertellen.’

Rachel kwam naast me staan.

‘Wat?’

Ik zoomde verder in.

Op de krant stond een klein artikel over een veiling in de Hamptons. De locatie was een oud landhuis aan de kust.

Ik herkende het adres.