Michael keek naar Rachel.

‘En dat is niet het ergste.’

Hij haalde diep adem.

‘Arthur heeft niet alleen geprobeerd je vader te vergiftigen. Hij heeft geprobeerd iedereen te laten verdwijnen die recht had op de erfenis.’

Ik keek hem aan.

‘Waarom ben jij dan nog in leven?’

Michael glimlachte bitter.

‘Omdat Arthur dacht dat ik in de gevangenis veiliger was dan buiten.’

Ik voelde een koude rilling.

‘Wat bedoel je?’

Michael leunde dichter naar het glas.

‘Ik heb de echte eigendomsakte.’

Ik hield mijn adem in.

‘Waar?’

Hij keek naar mij.

‘Niet bij je vader. Niet bij Rachel. En niet bij Daniel.’

‘Waar dan?’

Hij wees naar zichzelf.

‘Ik heb hem in mijn hoofd.’

Ik begreep het niet.

Michael legde uit dat mijn vader de originele akte in verschillende delen had verdeeld. De gegevens waren gecodeerd in een reeks transactienummers, die alleen konden worden herleid met een sleutel die Michael jaren geleden had gekregen.

‘Arthur heeft geprobeerd me te laten praten,’ zei hij. ‘Hij heeft me geld aangeboden. Hij heeft me bedreigd. Hij heeft zelfs geprobeerd mijn veroordeling te laten verlengen.’

‘Waarom heb je niets gezegd?’

‘Omdat ik niet wist wie ik kon vertrouwen.’

Ik keek naar hem.

‘Je kunt mij vertrouwen.’

Hij keek me lang aan.

‘Dat hoop ik.’

Toen schoof hij een klein briefje onder het glas door.

Een reeks cijfers.

‘Wat is dit?’

‘De eerste sleutel.’

‘En de rest?’

‘Die krijg je wanneer je me uit deze gevangenis haalt.’

Rachel boog zich naar voren.

‘Dat kunnen we niet zomaar beloven.’

Michael keek haar aan.

‘Dan kan ik jullie ook niet helpen.’

Ik pakte het briefje.

‘Ik beloof dat we je zaak opnieuw laten onderzoeken.’

Hij keek me aan.

‘Niet alleen mijn zaak.’

‘Wat bedoel je?’

Hij boog zich dichter naar het glas.

‘De echte reden waarom ik hier zit, heeft niets met die vier miljoen dollar te maken.’

‘Wat dan?’

Hij keek even naar de bewaker.

Toen fluisterde hij:

‘Ik heb de man gezien die onze vader heeft vergiftigd.’

Ik voelde mijn adem stokken.

‘Wie?’

Michael keek me recht aan.

‘Niet Arthur.’

Ik verstijfde.

‘Wie dan?’

Hij antwoordde:

‘Lucy.’

Ik verliet de gevangenis met het briefje stevig in mijn hand.

De cijfers stonden er netjes op geschreven. Ze leken willekeurig, maar ik herkende onmiddellijk een patroon.

Het waren rekeningnummers.

Niet van gewone bankrekeningen, maar van interne projectrekeningen die mijn vader vroeger gebruikte.

Ik keek naar Rachel.

‘We moeten die nummers controleren.’

‘Dat gaan we doen.’

‘En we moeten Michael eruit krijgen.’

‘Daarvoor hebben we bewijs nodig.’

Ik knikte.

Maar mijn gedachten bleven hangen bij zijn laatste woorden.

Lucy had mijn vader vergiftigd.

Niet Arthur.

Ik dacht aan haar gezicht in het advocatenkantoor. Aan haar tranen. Aan de manier waarop ze mijn naam had uitgesproken toen ik binnenkwam.

Had ze echt spijt gehad?

Of had ze me alleen willen laten geloven dat ze bang was voor Arthur?

Daniel wachtte bij de auto.

Toen hij ons zag, deed hij de achterdeur open.

‘Hoe ging het?’

Ik gaf hem het briefje.

‘Michael heeft de sleutel.’

Daniel keek naar de cijfers.

Zijn gezicht veranderde.

‘Waar heeft hij dit vandaan?’

‘Van mijn vader.’

Hij las de reeks nog eens.

Toen keek hij op.

‘Dit zijn de rekeningnummers van de Archer Foundation.’

‘Welke stichting?’

‘De stichting die je vader heeft opgericht om de eigendommen te beheren.’

Rachel fronste.

‘Ik dacht dat die was opgeheven.’

Daniel schudde zijn hoofd.

‘Dat dacht Arthur ook.’

Ik keek naar hem.

‘Wat betekent dat?’

‘Dat er nog steeds geld op die rekeningen staat.’

‘Hoeveel?’

Daniel keek naar de cijfers.

‘Dat weet ik niet.’

Hij opende zijn laptop en begon te typen.

Na enkele minuten verscheen er een overzicht.

Ik zag een bedrag.

Mijn adem stokte.

1.284.000.000 dollar.

Ik keek naar het scherm.

‘Een miljard?’

Daniel knikte.

‘En het is niet het enige vermogen.’

Er verscheen een tweede rekening.

Een derde.

Een vierde.

Samen vertegenwoordigde de stichting een vermogen van meer dan twee miljard dollar.

Ik voelde mijn handen trillen.

‘Waarom heeft Arthur dat nooit gevonden?’

Daniel keek me aan.

‘Omdat hij niet wist dat je vader de stichting op naam van drie erfgenamen had gezet.’

‘Wie zijn die drie?’

Hij wees naar het scherm.

Mijn naam.

Michaels naam.

En de naam van Eleanor Cross.

Ik keek naar Rachel.

‘Dus Arthur heeft al die jaren geprobeerd ons alle drie uit te schakelen.’

Rachel knikte langzaam.

‘En nu weet hij dat we de sleutel hebben.’

Op dat moment ging Daniels telefoon.

Hij keek naar het scherm.

Toen nam hij op.

‘Ja?’

Hij luisterde.

Zijn gezicht werd steeds bleker.

‘Wanneer?’

Hij keek naar mij.

‘Waar?’

Hij hing op.

‘Wat is er?’ vroeg ik.

Daniel slikte.

‘Michael is aangevallen.’

Ik voelde mijn bloed koud worden.

‘Wat?’

‘In de gevangenis. Een bewaker vond hem bewusteloos in zijn cel.’

Rachel pakte onmiddellijk haar telefoon.