‘Ik weet het niet.’

Maar er zat nog iets in de map.

Een document met de naam van een bedrijf.

Een bedrijf dat ik niet kende.

Reynolds Capital Partners.

En onderaan stonden twee namen.

Vincent Hale.

Sophia Reynolds.

Ik bladerde verder.

Er was een contract voor de aankoop van een appartement in Londen.

Een luxueus appartement op een adres dat ik nog nooit had gezien.

De koper was Reynolds Capital Partners.

De betaling was afkomstig van dezelfde rekening waarop mijn naam stond.

Ik voelde mijn vingers trillen.

‘Ze hebben ons geld gebruikt om een appartement te kopen.’

Richard keek naar de documenten.

‘Misschien voor het bedrijf.’

Ik wees naar een regel onderaan.

‘Lees de namen van de bewoners.’

Hij boog zich voorover.

Mijn adem stokte.

Vincent Hale.

Sophia Reynolds.

Ik ging niet rechtstreeks naar huis.

Ik wilde Vincent niet zien voordat ik wist hoe ver dit ging.

Ik belde mevrouw Collins en stuurde haar de documenten. Ze vroeg me onmiddellijk om naar haar kantoor te komen.

Toen ik daar aankwam, zat ze al achter haar bureau.

Ze bekeek de papieren zorgvuldig en stelde verschillende vragen.

‘Is dit uw handtekening?’ vroeg ze.

‘Nee. Niet op deze versie.’

‘En deze?’

Ik schudde mijn hoofd.

Ze legde beide documenten naast elkaar.

‘Er is een duidelijk verschil.’

‘Kan iemand mijn handtekening hebben vervalst?’

‘Dat moet door een deskundige worden onderzocht. Maar als deze documenten zonder uw toestemming zijn gebruikt, kan er sprake zijn van ernstige financiële fraude.’

Ik voelde me misselijk.

‘Het gaat om mijn man.’

‘Dat verandert de juridische feiten niet.’

Ze pakte een notitieblok.

‘Ik raad u aan uw wachtwoorden te wijzigen, uw persoonlijke bankrekeningen te beveiligen en voorlopig geen documenten te ondertekenen die Vincent u voorlegt.’

‘Wat als hij zegt dat ik alles verkeerd begrijp?’

‘Dan vraagt u hem om bewijs.’

Ze keek me recht aan.

‘En u hoeft hem niet te vertellen wat u allemaal hebt gevonden.’

Ik knikte.

Toen ik haar kantoor verliet, kreeg ik een bericht van Vincent.

Waar ben je? We moeten praten.

Ik antwoordde niet.

Een minuut later kwam er nog een bericht.

Emma, ik meen het. Dit is belangrijk.

Daarna belde hij.

Ik liet de telefoon overgaan.

Toen verscheen er een bericht van Sophia.

Emma, ik denk dat je een verkeerd beeld hebt gekregen van wat er gebeurd is. Kunnen we elkaar spreken?

Ik staarde naar haar naam.

Zes jaar lang had ik haar beschouwd als een professionele assistente van mijn man. Ik had haar op zakelijke diners ontmoet, haar op feestjes begroet en haar zelfs een keer geholpen toen ze ziek was tijdens een zakenreis.

Ze had me bedankt met een glimlach.

Nu begreep ik dat die glimlach misschien nooit oprecht was geweest.

Ik typte één antwoord.

Ik heb niets met je te bespreken.

Ze antwoordde vrijwel onmiddellijk.

Je weet niet wat Vincent je heeft verteld.

Ik stopte.

Daarna verscheen een tweede bericht.

Teresa wist ook niet alles.

Mijn bloed werd koud.

Ik belde haar.

Ze nam na twee keer overgaan op.

‘Emma?’

‘Wat bedoel je daarmee?’

‘Ik bedoel dat Teresa niet alles wist.’

‘Wat wist ze dan niet?’

Sophia zweeg.

Toen zei ze:

‘Je moet begrijpen dat Vincent niet degene was die dit allemaal heeft bedacht.’

‘Wie dan wel?’

‘Zijn vader.’

Ik keek naar de lege straat voor me.

‘Richard?’

‘Nee. Zijn biologische vader.’

Ik verstijfde.

‘Richard is zijn vader.’

Sophia lachte zacht, maar zonder humor.

‘Dat is wat Vincent altijd heeft gedacht.’

Mijn hand werd koud om de telefoon.

‘Wat probeer je te zeggen?’

‘Vraag Richard naar de zomer van 1992.’

Daarna verbrak ze de verbinding.

Ik reed terug naar het huis van Richard.

Hij zat in de woonkamer met een oude foto in zijn handen. Toen ik binnenkwam, keek hij op.

‘Je bent vroeg terug.’

Ik legde mijn tas op tafel.

‘Ik heb met Sophia gesproken.’

Zijn gezicht werd bleek.

‘Wat heeft ze gezegd?’

‘Ze zei dat Vincent niet degene was die dit allemaal heeft bedacht.’

Richard bleef stil.

‘Ze zei dat ik u iets moest vragen over de zomer van 1992.’

De foto gleed bijna uit zijn hand.

Ik keek naar hem.

‘Wat is er in 1992 gebeurd?’

Hij stond langzaam op.

‘Waar heeft ze die informatie vandaan?’

‘Dat weet ik niet. Maar ze zei dat u de waarheid kent.’

Richard liep naar het raam.

Hij bleef daar zo lang staan dat ik dacht dat hij niet zou antwoorden.

Toen draaide hij zich om.

‘Er zijn dingen in een huwelijk die je niet aan anderen vertelt.’

‘Richard, ik wil niet onbeleefd zijn. Maar Teresa is dood. Vincent heeft mogelijk mijn handtekening vervalst. Er is bijna een half miljoen euro verdwenen. En nu vertelt Sophia me dat mijn man misschien niet eens uw biologische zoon is.’

Richard sloot zijn ogen.

Toen ging hij weer zitten.

‘Teresa was zwanger voordat we trouwden.’