‘Waarom hebben jullie mij meegenomen?’
De man tegenover me leunde achterover.
‘Omdat je man eindelijk moet begrijpen dat hij niet alles kan beheersen.’
‘Dan hadden jullie hem moeten meenemen.’
Voor het eerst verscheen er iets als een glimlach op zijn gezicht.
‘Je hebt meer moed dan ik had verwacht.’
‘Ik ben niet bang voor u.’
‘Dat zou je misschien wel moeten zijn.’
Ik keek hem recht aan.
‘Mijn man zal mij vinden.’
De glimlach verdween.
‘Daar rekenen we op.’
Ik voelde mijn maag samentrekken.
‘Wat?’
Hij stond op en liep naar het raam.
‘Je begrijpt het nog niet, Elena.’
Ik verstijfde.
Niemand noemde mij ooit zo.
Mijn officiële naam was Alessandra Rossi. Luca noemde me meestal Alessa wanneer hij lief was en Alessandra wanneer hij boos was.
Elena was de naam die mijn moeder me vroeger soms had gegeven.
Alleen mijn moeder.
‘Waar kent u die naam vandaan?’ vroeg ik.
De man draaide zich om.
‘Je moeder noemde je zo.’
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
‘Kende u mijn moeder?’
Hij keek naar me.
‘Ik kende haar beter dan je denkt.’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Mijn moeder is al twintig jaar dood.’
Hij antwoordde niet.
In plaats daarvan haalde hij een oude foto uit zijn binnenzak.
Hij legde hem op tafel.
Ik herkende mijn moeder onmiddellijk.
Ze stond voor een groot huis, met een kleine baby in haar armen.
Naast haar stond een jonge man.
Ik herkende hem niet.
Maar toen ik naar de achterkant van de foto keek, zag ik een handgeschreven zin.
Voor mijn kleine Elena. Papa zal altijd over je waken.
Mijn vingers begonnen te trillen.
‘Wie is die man?’
De vreemdeling keek me aan.
‘Mijn broer.’
Ik keek opnieuw naar de foto.
‘Wat?’
‘Mijn naam is Gabriel Moretti.’
Hij wachtte even.
‘En ik ben je oom.’
Luca had ondertussen het landhuis veranderd in een commandocentrum.
Op iedere tafel lagen kaarten. Beveiligingsbeelden werden op grote schermen afgespeeld. Mannen liepen voortdurend in en uit de ruimte terwijl telefoons bleven rinkelen.
Luca stond achter zijn bureau.
Hij had zijn jasje uitgetrokken en zijn mouwen opgestroopt.
Voor hem stonden vier mannen.
‘Begin opnieuw,’ zei hij.
Marco zette een opname op het scherm.
Daarop was mijn auto te zien die om 06.12 uur het terrein van het landhuis verliet.
‘Ze reed rechtstreeks naar het oude huis.’
‘En daarna?’
‘Om 07.03 uur kwam een zwarte bestelwagen de straat in.’
‘Kenteken?’
‘Gedeeltelijk zichtbaar. De nummerplaat was vervalst.’
‘Hoeveel inzittenden?’
‘We hebben minstens drie personen gezien.’
Luca keek naar de beelden.
Een man stapte uit.
Hij droeg een donkere jas en keek kort naar de camera voordat hij de woning binnenging.
Luca pauzeerde de opname.
‘Vergroot.’
Het gezicht verscheen op het scherm.
Marco verstijfde.
‘Kent u hem?’ vroeg Luca.
Marco bleef naar het scherm kijken.
‘Ja.’
‘Wie?’
‘Gabriel Moretti.’
Luca’s gezicht veranderde.
‘Dat is onmogelijk.’
‘Ik dacht dat hij dood was.’
Luca liep langzaam naar het scherm.
Gabriel Moretti.
Een naam die hij al jaren niet had gehoord.
Een naam die zelfs binnen de machtigste families van Italië nauwelijks werd uitgesproken.
Twintig jaar geleden had Gabriel een overeenkomst gesloten met Luca’s vader. Een overeenkomst die eindigde in een bloedige confrontatie en de verdwijning van verschillende mensen.
Luca had altijd gedacht dat Gabriel was gevlucht.
Maar hij wist ook dat die man een reden had om de familie Rossi te haten.
Een reden die veel verder terugging dan hun zakelijke conflicten.
‘Waarom zou hij haar meenemen?’ vroeg Marco.
Luca antwoordde niet.
Hij keek naar de foto op het scherm.
Toen herinnerde hij zich een gesprek van jaren geleden.
Zijn vader had hem ooit gezegd:
Als je ooit een vrouw ontmoet met de ogen van de Moretti-familie, blijf dan uit haar buurt. Sommige oorlogen zijn ouder dan de mensen die erin terechtkomen.
Destijds had Luca er niets van begrepen.
Nu begon hij te beseffen dat zijn huwelijk misschien niet alleen zijn eigen keuze was geweest.
‘Marco.’
‘Ja?’
‘Ik wil het volledige dossier over Alessandra.’
Marco keek hem verbaasd aan.
‘We hebben haar dossier al.’
‘Nee. Niet het dossier dat mijn vader heeft laten maken. Ik wil alles over haar moeder. Haar familie. Haar geboorte. Alles wat er vóór onze ontmoeting is gebeurd.’
Marco aarzelde.
‘Er is één probleem.’
Luca draaide zich om.
‘Welk probleem?’
‘De originele documenten zijn verdwenen.’
‘Waar zijn ze?’
Marco slikte.
‘Volgens de archieven zijn ze vernietigd.’
Luca sloeg zijn hand op het bureau.
‘Door wie?’
Marco keek hem recht aan.
‘Door uw vader.’
Er viel een lange stilte.
Luca pakte zijn telefoon.
Hij belde onmiddellijk een nummer dat hij al maanden niet had gebruikt.
‘Ik heb je nodig,’ zei hij zodra er werd opgenomen.
Aan de andere kant klonk een oudere mannenstem.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Het gaat om Alessandra.’
De man zweeg.
Toen vroeg hij:
‘Wat weet je?’
‘Niet genoeg.’






