‘Ik weet het.’

‘Dan vertel je het.’

Er viel een stilte.

Toen zei Luca:

‘Ik heb haar al genoeg pijn gedaan.’

Marco antwoordde:

‘Dat is geen reden om haar opnieuw te laten geloven in een leugen.’

Ik stond op en liep naar de deur.

Ik opende hem voorzichtig.

De twee mannen stonden aan het einde van de gang.

Marco keek onmiddellijk naar mij.

Luca draaide zich om.

‘Je moet gaan slapen.’

Ik keek hem aan.

‘Wat moet ik weten?’

Hij zweeg.

Ik keek naar Marco.

‘Wat gebeurde er met mijn tweelingbroer?’

Marco sloot zijn ogen.

Luca liep langzaam naar me toe.

‘Weet je zeker dat je dit nu wilt horen?’

‘Ik ben al twintig jaar bezig met het leven dat jullie voor mij hebben verzonnen. Ik wil eindelijk de waarheid.’

Hij knikte.

Toen keek hij naar Marco.

‘Vertel het haar.’

Marco haalde diep adem.

‘Toen onze moeder ons kreeg, werden we allebei geregistreerd als erfgenamen van de Moretti-familie. Maar een paar maanden later verdween een van ons.’

Ik keek hem aan.

‘Wie?’

‘Hij.’

Marco wees naar mij.

Ik verstijfde.

‘Wat?’

Hij schudde zijn hoofd.

‘Niet jij. Onze andere broer.’

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

‘We waren met drie?’

Marco knikte.

‘Een drieling.’

Ik greep de deurpost vast.

‘Dat kan niet.’

‘Onze moeder kreeg drie kinderen. Jij, ik en een jongen die Matteo heette.’

Ik keek naar mijn moeder, die inmiddels achter Luca was verschenen.

Ze bedekte haar mond.

‘Waar is hij?’ fluisterde ik.

Marco keek naar de vloer.

‘Dat weten we niet.’

‘Hoe kan dat?’

Luca antwoordde.

‘Volgens de documenten van mijn vader werd hij als baby naar een andere familie gebracht. Maar er is nooit een officiële adoptie geregistreerd.’

Ik voelde mijn benen trillen.

‘Waarom?’

Marco keek me aan.

‘Omdat hij volgens het testament de oudste was. Als hij leefde, zou hij de eerste erfgenaam zijn.’

Ik sloot mijn ogen.

Drie kinderen.

Drie levens.

En niemand had mij verteld dat ik niet alleen een broer had, maar ook een andere broer die misschien nog ergens leefde.

Mijn moeder kwam dichterbij.

‘Ik heb geprobeerd jullie allemaal te beschermen.’

Ik keek haar aan.

‘Maar je hebt ons allemaal uit elkaar gehaald.’

Ze begon te huilen.

Ik draaide me om en liep de slaapkamer in.

Ik sloot de deur.

En voor het eerst sinds mijn ontvoering huilde ik niet om Luca.

Ik huilde om mijn familie.

Om mijn vader.

Om mijn moeder.

Om de twee broers die ik nooit had gekend.

En om het kleine meisje dat al die jaren had geloofd dat ze gewoon pech had gehad in het leven.

Die nacht nam ik een besluit.

Ik zou niet langer wachten tot iemand mij de waarheid vertelde.

Ik zou haar zelf vinden.

En als daarvoor de hele familie Rossi, Moretti en Hayes moest worden ontmaskerd, dan zou dat gebeuren.

Want ik was niet langer alleen de vrouw van Luca Rossi.

Ik was Alessandra Isabella Moretti.

En ik zou mijn eigen leven terugnemen.

Om zes uur ‘s ochtends werd ik wakker van een geluid buiten de slaapkamer.

Ik stond op en liep naar het raam.

Beneden zag ik Marco naast een zwarte auto staan.

Hij sprak met een man die ik nog nooit had gezien.

De man overhandigde hem een envelop.

Marco keek erin.

Daarna keek hij naar het huis.

Recht naar mijn raam.

Ik deed onmiddellijk een stap achteruit.

Mijn telefoon trilde.

Een bericht van een onbekend nummer.

Je broer liegt niet over Matteo. Maar hij liegt wel over waarom hij bij Luca is gebleven.

Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.

Er volgde een tweede bericht.

Vraag Marco wie hem heeft betaald om je jarenlang in de gaten te houden.

Ik keek opnieuw naar beneden.

Marco stopte de envelop in zijn jas.

Daarna liep hij naar binnen.

Ik hoorde voetstappen op de trap.

Mijn deur ging langzaam open.

Marco stond in de deuropening.

‘Je bent wakker.’

Ik keek naar zijn jas.

‘Wat zat er in de envelop?’

Hij verstijfde.

‘Wat?’

‘Ik zag je beneden.’

Hij keek naar mijn gezicht.

Toen naar mijn telefoon.

‘Wie heeft je een bericht gestuurd?’

Ik lachte kort.

‘Dat is niet jouw vraag om te stellen.’

Hij deed de deur dicht.

‘Luister naar me.’

‘Nee. Jij gaat nu luisteren.’

Ik liep naar hem toe.

‘Hoe lang word ik al gevolgd?’

Hij zweeg.

‘Marco.’

Hij haalde diep adem.

‘Vanaf het moment dat je met Luca trouwde.’

Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen.

‘Door wie?’

Hij keek naar de grond.

‘Door mij.’

Ik deed een stap achteruit.

‘Wat?’

‘Ik kreeg de opdracht om je te beschermen.’

‘Van wie?’

‘Van je vader.’

Ik staarde hem aan.

‘Mijn vader is twintig jaar geleden overleden.’

Marco knikte.

‘Ik weet het.’

‘Dan is dat onmogelijk.’

Hij haalde een klein apparaat uit zijn binnenzak.

Een oude dictafoon.