Ik bekeek het document opnieuw.

Het ging om een volmacht waarmee Tristan bevoegdheid kreeg om namens mij financiële beslissingen te nemen.

Mijn maag draaide om.

“Ik heb dit niet ondertekend.”

Moreau knikte langzaam.

“Dat is wat we moeten vaststellen.”

Ik keek naar mijn handtekening. Ze leek echt. Dezelfde letters, dezelfde kleine lus aan het einde van mijn achternaam.

Maar ik wist dat ik die nooit had gezet.

“Wie heeft dit ingediend?”

“Een notaris die verbonden is aan het kantoor van Martin Voss.”

“En waar is die notaris nu?”

Moreau keek naar Claire.

“Dat is ingewikkeld.”

“Waarom?”

“Omdat hij twee dagen geleden dood is aangetroffen.”

De kamer werd stil.

Olivia greep mijn hand.

“Hoe is hij overleden?”

Moreau antwoordde niet meteen.

“Zijn auto is van een landweg geraakt. De politie ter plaatse vermoedt voorlopig een ongeval.”

“En u gelooft dat niet?”

Hij keek me aan.

“Ik geloof dat het te vroeg is om conclusies te trekken.”

Ik voelde een nieuwe golf van angst.

De crème. De valse handtekening. Het verdwenen geld. De overleden notaris.

Dit was geen ruzie tussen echtgenoten.

Dit was iets veel groters.

En Tristan stond er middenin.

Die nacht kon ik niet slapen.

Olivia was op een stoel naast mijn bed in slaap gevallen. De gang was stil. Af en toe hoorde ik een verpleegkundige voorbijlopen.

Ik dacht aan mijn vader.

Aan zijn laatste verjaardag. Aan zijn zwakke glimlach. Aan de manier waarop hij Tristan altijd een hand gaf, maar hem nooit echt omhelsde.

Ik had dat vroeger vreemd gevonden.

Nu vroeg ik me af of hij iets had geweten.

Om half drie ‘s nachts ging mijn telefoon opnieuw.

Een bericht van een onbekend nummer.

Je vader heeft niet alles aan je verteld.

Ik voelde mijn hart bonzen.

Er volgde een tweede bericht.

Kijk in de voering van de blauwe koffer.

Ik kende die koffer.

Hij stond op zolder, achter de oude kerstversiering. Mijn vader had hem jarenlang gebruikt voor zijn zakelijke reizen. Na zijn dood had ik hem meegenomen omdat ik hem niet kon wegdoen.

Ik had hem nooit geopend.

Ik maakte een foto van de berichten en stuurde die naar Claire.

Ze antwoordde binnen een minuut.

Raak niets aan. We onderzoeken dit.

Ik legde mijn telefoon neer.

Maar mijn gedachten bleven bij die blauwe koffer.

Wat had mijn vader daarin verstopt?

En wie wist dat?

De volgende ochtend kwam Claire met een nieuwe ontwikkeling.

“Tristan is aangehouden.”

Ik voelde geen opluchting.

Alleen een diepe vermoeidheid.

“Waar?”

“Bij een hotel aan de rand van de stad. Hij had een ticket geboekt voor een vlucht naar het buitenland.”

“Waarheen?”

“Portugal.”

“Was hij alleen?”

“Ja.”

“En Martin Voss?”

“Die is voorlopig niet aangetroffen.”

Claire ging naast mijn bed zitten.

“Er is nog iets. Tristan heeft tijdens zijn verhoor verklaard dat u zelf de crème hebt gekocht.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Dat is een leugen.”

“Volgens hem was u bezig met een alternatieve behandeling voor uw wond.”

“Ik heb die pot nog nooit gezien voordat hij hem meebracht.”

“Dat hebben we genoteerd.”

“En hij zegt dat ik hem zelf heb aangebracht?”

“Ja.”

“Maar hij heeft het zelf gedaan. Hij stond naast me. Hij zei dat hij het beter kon schoonmaken.”

Claire knikte.

“Zijn verklaring bevat nog meer tegenstrijdigheden. Hij beweert dat hij u wilde beschermen tegen een onnodig ziekenhuisbezoek omdat u angstig en verward was.”

Ik lachte kort, zonder humor.

“Mijn been was paars. Ik had bijna veertig graden koorts. En hij vond dat ik verward was?”

“Dat is zijn verklaring.”

“Wat gebeurt er nu?”

“Het onderzoek gaat verder. We hebben ook een voorlopig bevel gekregen om zijn toegang tot uw bankrekeningen en financiële documenten te blokkeren.”

Ik keek naar haar.

“Kan hij nog bij mijn huis?”

“Niet zonder toestemming van de politie. De woning wordt voorlopig als mogelijke plaats delict behandeld.”

Ik liet mijn hoofd tegen het kussen zakken.

Voor het eerst sinds dagen voelde ik iets wat op opluchting leek.

Maar het duurde niet lang.

Claire haalde haar telefoon tevoorschijn.

“Er is een opname gevonden.”

“Welke opname?”

“Een geluidsbestand op de tweede telefoon van uw man.”

“Wat staat erop?”

“Een gesprek tussen Tristan en een onbekende man.”

“Wie?”

“We proberen de stem te identificeren.”

“Wat zeggen ze?”

Claire keek even naar Olivia.

“Ik denk dat u dit moet horen.”

Ze zette de opname aan.

Eerst klonk er geruis. Daarna hoorde ik Tristan.

“Ze begint vragen te stellen.”

Een andere man antwoordde: “Dan moet je sneller handelen.”

“Ik kan haar niet zomaar laten verdwijnen.”

“Dat vroeg ik ook niet. Je hoeft alleen maar te zorgen dat ze niet meer kan tekenen.”

“Ze heeft al getekend.”

“Niet voor het laatste document.”

Tristan zuchtte.

“Ze vertrouwt me niet meer.”

De onbekende man lachte zacht.

“Dan had je haar niet zo lang moeten laten leven met de illusie dat ze de baas was.”