Nora voelde haar hart bonzen.

‘Hoe ken je haar naam?’

Gabriel probeerde overeind te komen.

‘Ze heeft ooit voor mijn vader gewerkt.’

Nora schudde haar hoofd.

‘Dat is onmogelijk.’

‘Nee.’

‘Mijn moeder werkte in een ziekenhuis in Milwaukee.’

‘Dat deed ze later.’

‘Ze kende niemand uit jouw familie.’

Gabriel keek naar Luca.

‘Breng haar de blauwe map.’

Luca aarzelde.

‘Nu?’

‘Nu.’

Hij liep naar de kast en haalde een kleine map tevoorschijn. Hij gaf hem aan Nora.

Ze opende hem.

Bovenop lag een oude foto.

Een vrouw met donker haar stond naast een jonge man in een uniform. Achter hen stond een groot landhuis.

Nora herkende haar moeder onmiddellijk.

Ze was jonger dan op de foto’s uit Nora’s jeugd, maar haar gezicht was onmiskenbaar.

Naast haar stond een man die Nora nog nooit had gezien.

Op de achterkant stond een datum.

En daaronder een handgeschreven zin:

Voor Catherine, die meer heeft opgeofferd dan iemand ooit zal weten.

Nora voelde haar vingers verstijven.

‘Waar heb je dit vandaan?’

Gabriel antwoordde zacht:

‘Uit het kantoor van mijn vader.’

‘Waarom had je dit?’

‘Omdat mijn vader vlak voor zijn dood zei dat ik ooit de dochter van Catherine zou ontmoeten.’

Nora keek op.

‘Waarom?’

Gabriel slikte.

‘Omdat jouw moeder de enige persoon was die wist wie mijn echte vader was.’

Nora bleef lange tijd naar de foto kijken.

Ze had haar moeder zes jaar geleden verloren. Catherine Bennett was overleden na een kort ziekbed, en hoewel Nora haar hele leven dichtbij haar had gestaan, had haar moeder nooit veel verteld over haar jonge jaren.

Ze had altijd gezegd dat ze in verschillende ziekenhuizen had gewerkt en daarna een rustig leven had opgebouwd.

Er waren vragen geweest die Nora nooit had gesteld.

Waarom ze nooit over haar vader sprak.

Waarom er geen oude familiefoto’s uit haar jeugd bestonden.

Waarom ze ieder jaar op dezelfde datum een brief schreef en die vervolgens verbrandde.

Nora had gedacht dat het verdriet was.

Nu vroeg ze zich af of het angst was geweest.

‘Wat heeft mijn moeder met jouw familie te maken?’ vroeg ze.

Gabriel keek naar de foto.

‘Ze werkte voor mijn vader als persoonlijk assistent.’

‘Mijn moeder was verpleegkundige.’

‘Ze was allebei. Ze hielp hem met zijn medische afspraken en beheerde een deel van zijn privécorrespondentie.’

‘Mijn moeder heeft nooit gezegd dat ze voor een rijke familie werkte.’

‘Ze wilde dat je een normaal leven had.’

Nora schudde haar hoofd.

‘Dat is geen antwoord.’

Gabriel ademde langzaam in.

‘Mijn vader had een geheim. Een geheim dat hij nooit met zijn kinderen deelde. Catherine ontdekte het toen ze documenten moest ordenen na een operatie.’

‘Wat voor geheim?’

‘Mijn vader had nog een kind.’

Nora voelde haar maag samentrekken.

‘Een ander kind?’

Gabriel knikte.

‘Een dochter.’

Nora keek naar de foto.

‘Was dat mijn moeder?’

‘Nee. Je moeder kende haar. Ze wist waar ze woonde en waarom ze verborgen werd gehouden.’

‘Wie was die dochter?’

Gabriel keek haar aan.

Toen zei hij:

‘Mijn vader had een dochter met jouw grootmoeder.’

Nora verstijfde.

‘Dat kan niet.’

‘Het is waar.’

‘Mijn moeder was niet jouw familie.’

‘Niet rechtstreeks. Maar ze hielp mijn vader om zijn dochter te beschermen.’

Nora legde de foto op het bed.

‘Wie was die dochter?’

Gabriel sloot zijn ogen.

‘Mijn vader noemde haar Isabella.’

Nora keek naar Luca.

Hij stond bij de deur en had zijn gezicht afgewend.

‘Wat is er?’ vroeg ze.

Luca antwoordde niet.

Gabriel fluisterde:

‘Isabella is mijn moeder.’

Nora keek hem aan.

De kamer leek plotseling kleiner te worden.

‘Je moeder was de dochter van jouw vader en mijn grootmoeder?’

Gabriel knikte.

‘En jouw moeder wist dat.’

Nora kon nauwelijks ademen.

‘Waarom heeft Catherine mij nooit iets verteld?’

‘Omdat Isabella haar dat heeft gevraagd.’

‘Waarom?’

Gabriel keek haar aan.

‘Omdat jouw moeder niet alleen mijn familie kende. Ze wist ook wie mijn vader had vermoord.’

Op dat moment ging de deur open.

Dr. Brooks kwam binnen met een ernstig gezicht.

‘Mijnheer Moretti, we moeten u voorbereiden op een spoedoperatie.’

Gabriel keek naar haar.

‘Hoeveel tijd heb ik?’

‘We willen niet wachten.’

‘Kan ik nog lopen?’

De arts zweeg even.

‘We zullen alles doen wat medisch mogelijk is. Maar ik wil eerlijk tegen u zijn: de infectie en de druk op uw ruggenmerg maken dit een zeer ernstige situatie.’

Gabriel keek naar Nora.

‘Je moet de map meenemen.’

‘Ik ga nergens heen.’

‘Als ik de operatie niet overleef…’

‘Stop.’

‘Luister naar me.’

‘Nee. Je gaat die operatie overleven en daarna vertel je me de rest zelf.’

Hij glimlachte zwak.

‘Je bent koppig.’

‘Dat zeggen mensen vaker.’

De verpleegkundigen begonnen hem klaar te maken.

Toen ze de brancard naar de deur reden, greep Gabriel haar hand.

‘Er zit nog iets in die map.’

Nora boog zich naar hem toe.

‘Wat?’

‘Een brief van je moeder.’