Nora knikte.
‘Goed.’
Lewis keek naar Luca.
‘En u blijft hier.’
Luca verstijfde.
‘Ik ben haar beveiliging.’
‘Niet meer. U bent getuige in een lopend onderzoek naar mogelijke medische fraude en een poging tot moord.’
Luca keek naar Nora.
Ze zei niets.
Hij haalde langzaam zijn telefoon uit zijn zak en legde hem op de tafel.
‘Er is nog iets wat jullie moeten weten.’
Lewis keek hem aan.
‘Wat?’
Luca slikte.
‘Adrian heeft niet alleen de operatie van Gabriel geregeld. Hij heeft ook de medische documenten van Catherine Bennett ondertekend.’
Nora voelde haar hart bonzen.
‘Welke documenten?’
Luca keek haar recht aan.
‘De overlijdensverklaring.’
De vlucht naar Parijs duurde bijna acht uur.
Nora sliep geen minuut.
Ze keek steeds opnieuw naar de brief van haar moeder, alsof de woorden zouden veranderen als ze lang genoeg bleef lezen.
Ik had gehoopt dat je nooit de waarheid zou hoeven kennen.
Ze dacht aan haar jeugd.
Aan de avonden waarop haar moeder haar haren borstelde.
Aan de verjaardagen waarop ze samen taart bakten.
Aan de kleine vakanties aan het meer.
Was dat allemaal echt geweest?
Of was haar moeder voortdurend bezig geweest met vluchten voor een verleden dat Nora niet kende?
Ze dacht aan Alessandro Moretti.
De man die misschien haar vader was.
De man die volgens Gabriel achter de schietpartij zat.
En aan Gabriel zelf.
Ze herinnerde zich zijn gezicht toen hij haar had gevraagd te blijven.
De manier waarop zijn vingers haar pols hadden vastgehouden.
De stilte toen hij vertelde dat zijn moeder was vermoord.
Ze wilde hem vertrouwen.
Maar vertrouwen was precies wat haar telkens opnieuw in gevaar had gebracht.
Toen het vliegtuig landde, stond Lewis al klaar.
‘We hebben bevestiging dat Adrian in Parijs is aangekomen.’
‘En mijn moeder?’
‘Het appartement is geregistreerd op naam van een vrouw die overeenkomt met haar oude identiteit.’
Nora hield haar adem in.
‘Ze is daar?’
‘Dat weten we nog niet.’
Ze liepen naar een onopvallende auto.
Tijdens de rit naar Montmartre keek Nora naar de straten.
Ze had Parijs altijd gezien als een stad van romantiek en vrijheid.
Nu voelde het als een plaats waar haar familie al tientallen jaren geheimen had verstopt.
De auto stopte voor een oud gebouw met een groene deur.
Lewis keek naar zijn team.
‘Niemand gaat alleen naar binnen.’
Nora stapte uit.
Ze keek naar het raam op de derde verdieping.
Daar bewoog een gordijn.
Toen verscheen een vrouw.
Ze was ouder geworden.
Haar haar was bijna helemaal grijs.
Maar Nora herkende haar onmiddellijk.
Haar moeder.
Catherine Bennett stond achter het raam.
Ze keek recht naar haar dochter.
En toen deed ze iets wat Nora nooit had verwacht.
Ze schudde langzaam haar hoofd.
Niet als begroeting.
Als waarschuwing.
Op dat moment ging de voordeur open.
Een man stapte naar buiten.
Adrian Vale.
Hij keek naar Nora en glimlachte.
‘Je bent gekomen.’
Nora voelde haar handen trillen.
‘Waar is mijn moeder?’
Adrian keek omhoog naar het raam.
Toen weer naar haar.
‘Ze wacht op je.’
Hij zette een stap opzij.
‘Maar voordat je naar binnen gaat, moet je één ding begrijpen.’
‘Wat?’
Zijn glimlach verdween.
‘De vrouw die daarboven staat, is niet Catherine Bennett.’
Nora keek opnieuw naar het raam.
De vrouw achter het glas was verdwenen.
Adrian boog zich iets naar haar toe.
‘Je moeder is zes jaar geleden werkelijk gestorven.’
Nora voelde haar adem stokken.
‘Wie is die vrouw dan?’
Adrian keek haar aan.
‘Je tweelingzus.’
En achter hem klonk een stem die Nora nooit eerder had gehoord.
‘Nee, Adrian.’
Een vrouw kwam langzaam de trap af.
Ze had hetzelfde gezicht als Nora.
Dezelfde ogen.
Dezelfde mond.
Dezelfde kleine moedervlek onder haar linkeroor.
Ze keek Nora aan en fluisterde:
‘Ik ben niet je tweelingzus.’
Ze hield een oude foto omhoog.
‘Ik ben de dochter die Catherine heeft begraven.’
Toen draaide ze de foto om.
Op de achterkant stond een naam.
Isabella Moretti.






