Toen Nora terugkeerde naar de kamer, stond Luca bij het raam.

Hij had zijn jas nog aan.

Zijn telefoon lag in zijn hand.

Gabriel lag wakker.

‘Wat hebben ze gevonden?’ vroeg hij.

Nora trok de stoel naar zijn bed.

‘Een ernstige infectie en druk op je ruggenmerg. De artsen onderzoeken of een vreemd voorwerp daarbij betrokken is.’

Gabriel sloot zijn ogen.

‘Ik wist het.’

‘Wat wist je?’

‘Dat ze iets hadden achtergelaten.’

Luca draaide zich om.

‘Gabriel, niet nu.’

Nora keek naar hem.

‘Wat bedoel je met achtergelaten?’

Gabriel opende zijn ogen.

‘Na de operatie werd ik wakker en voelde ik mijn benen nog. Ze waren zwak, maar ik kon mijn tenen bewegen. De volgende ochtend was dat veranderd.’

‘Waarom heb je dat niet aan de arts verteld?’

‘Omdat Adrian zei dat het normaal was.’

‘En de koorts?’

‘Hij zei dat het bij de wond hoorde.’

Nora voelde haar woede opkomen.

‘Een aanhoudende hoge koorts hoort niet zomaar bij een herstellende schotwond.’

Gabriel keek naar het plafond.

‘Ik heb hem vertrouwd.’

‘Waarom?’

Hij keek naar Luca.

‘Adrian is de arts van mijn familie.’

Nora begreep het niet.

‘Een familievriend?’

‘Mijn neef.’

De kamer werd stil.

‘Dr. Adrian Vale is je neef?’ vroeg Nora.

Gabriel knikte.

‘Mijn moeder en zijn vader waren broer en zus.’

‘En hij heeft je geopereerd?’

‘Ja.’

Nora keek naar Luca.

‘Je wist dit?’

Luca antwoordde niet.

Gabriel keek naar hem.

‘Vertel haar wat er gebeurd is.’

Luca bleef roerloos staan.

‘Gabriel…’

‘Vertel het.’

Luca slikte.

‘Na de operatie kreeg ik instructies om hem niet naar een ander ziekenhuis te brengen. Adrian zei dat de wond onder controle was en dat een privéverpleegkundige voldoende zou zijn.’

‘Waarom?’

‘Omdat hij niet wilde dat iemand anders het dossier zou bekijken.’

Nora voelde een rilling over haar rug lopen.

‘Waarom niet?’

Luca keek naar Gabriel.

‘Dat moet hij zelf vertellen.’

Gabriel draaide zijn hoofd naar Nora.

‘De kogel was niet voor mij bedoeld.’

Nora wachtte.

‘Wie was het doelwit?’

Hij antwoordde niet meteen.

Toen zei hij:

‘Mijn broer.’

Gabriel Moretti had twee broers.

De oudste, Matteo, was vijf jaar geleden overleden bij een auto-ongeluk.

De jongste, Alessandro, woonde al jaren buiten de Verenigde Staten.

Maar Gabriel had ook een halfbroer, Marco, van wie vrijwel niemand wist.

Marco was geboren uit een buitenechtelijke relatie van hun vader. Hij was opgegroeid buiten de familie en had nooit deel uitgemaakt van het bedrijf.

Volgens Gabriel was hij de enige persoon in de familie die niets met de macht en het geld te maken wilde hebben.

‘Marco was die avond bij mij,’ vertelde Gabriel.

‘Bij het restaurant?’

Hij knikte.

‘We hadden afgesproken om te praten. Hij wilde me iets vertellen.’

‘Wat?’

‘Dat hij bewijs had gevonden dat iemand binnen de familie geld uit het bedrijf haalde.’

Nora keek naar Luca.

‘Wie?’

‘Dat wist hij nog niet zeker.’

‘En toen werd er geschoten?’

‘Ja.’

Gabriel staarde naar het plafond.

‘Ik zag de schutter pas toen Marco me wegduwde. De eerste kogel raakte mijn schouder. De tweede miste. Marco rende weg.’

‘Is hij gewond geraakt?’

‘Ik weet het niet.’

Nora fronste.

‘Je weet het niet?’

‘Niemand heeft hem sindsdien gezien.’

Luca kwam dichterbij.

‘We hebben overal gezocht.’

Gabriel keek hem aan.

‘Niet overal.’

‘Wat bedoel je?’

‘Adrian wist waar Marco naartoe zou gaan.’

Luca werd bleek.

‘Dat heb je me nooit verteld.’

‘Ik wilde niet dat je het wist.’

‘Waarom?’

Gabriel antwoordde niet.

Nora keek van de een naar de ander.

Er was iets veel groters aan de hand.

De schietpartij was misschien geen gewone aanval geweest. De operatie was misschien geen medische fout. En de man die Gabriel had moeten helpen, was mogelijk betrokken bij de verdwijning van zijn broer.

‘Waarom heb je de politie niet alles verteld?’ vroeg ze.

Gabriel lachte zonder humor.

‘Omdat de politie niet de enige mensen zijn die naar mijn familie luisteren.’

Nora voelde een koude rilling.

‘Wat betekent dat?’

Hij keek haar aan.

‘Dat er mensen zijn die weten waar je woont, waar je werkt en wie je liefhebt. Mensen die niet zullen aarzelen om je te gebruiken om mij onder druk te zetten.’

Nora stond langzaam op.

‘Je bedoelt dat ik gevaar loop?’

Gabriel knikte.

‘Ja.’

‘Waarom heb je me dan laten komen?’

Hij keek naar haar alsof hij het antwoord zelf niet wist.

‘Omdat je de enige was die niet bang voor me leek.’

Nora pakte haar tas.

‘Ik ben niet bang voor je, Gabriel. Maar ik ben ook niet bereid om mijn leven op het spel te zetten voor iemand die mij niet de waarheid vertelt.’

Ze liep naar de deur.

Toen hoorde ze hem fluisteren:

‘Je moeder heette Catherine, toch?’

Nora stopte.

Haar hand bleef op de deurklink rusten.

Langzaam draaide ze zich om.

‘Wat zei je?’

Gabriel keek haar aan.

‘Je moeder. Catherine Bennett.’