‘Niet voor zover ik weet.’

Hij schoof een papier naar me toe.

‘Dan wil ik dat u dit bekijkt.’

Het was een kopie van een leningsovereenkomst.

Mijn handtekening stond onderaan.

Ik herkende de datum.

Acht maanden eerder.

De dag waarop Julian me had verteld dat zijn bedrijf een grote kans kreeg en dat hij alleen een tijdelijke financiële garantie nodig had.

Ik had de documenten ondertekend zonder alles te lezen.

‘Wat is dit?’ vroeg ik.

De Vries wees naar een alinea.

‘U bent niet alleen garantsteller. U hebt ook toestemming gegeven om een deel van uw toekomstige erfenis als zekerheid te gebruiken.’

Ik voelde mijn maag omdraaien.

‘Maar mijn grootmoeder was toen al overleden.’

‘Precies.’

Hij legde een tweede document neer.

‘En hier staat dat uw man bevoegd is om namens u te onderhandelen over de verkoop van bepaalde onroerende goederen.’

‘Het huisje?’

Hij knikte.

‘Als deze volmacht geldig is, kan hij proberen het huisje te verkopen zonder dat u persoonlijk bij iedere stap aanwezig bent.’

‘Maar ik wil het niet verkopen.’

‘Dat is juridisch relevant. We moeten onmiddellijk vastleggen dat u de volmacht intrekt en dat u geen toestemming geeft voor enige verkoop.’

Ik keek naar Emily.

Ze zat stil naast me.

‘Hij heeft precies hetzelfde bij mij gedaan,’ zei ze.

De Vries keek naar haar documenten.

‘Dit is belangrijk.’

Hij bladerde door de map en stopte bij een kopie van een oude notariële akte.

‘Mevrouw Bell, weet u waar deze akte vandaan komt?’

Emily schudde haar hoofd.

‘Mijn moeder heeft hem gevonden.’

De Vries las de tekst aandachtig.

‘Dit is geen gewone eigendomsakte. Het gaat om een stichting.’

Hij keek naar mij.

‘Uw grootmoeder heeft een stichting opgericht?’

Ik dacht aan de brieven die ze jarenlang in haar houten kist had bewaard.

‘Dat weet ik niet.’

Hij wees naar een naam.

‘Stichting Bell-van Dijk.’

Emily kwam overeind.

‘Bell?’

De Vries knikte.

‘De stichting is ruim twintig jaar geleden opgericht. Volgens deze akte waren uw grootmoeder en een man genaamd Robert Bell de eerste bestuurders.’

Emily sloeg haar hand voor haar mond.

‘Robert was mijn vader.’

Ik keek van haar naar de advocaat.

‘Wat betekent dit?’

De Vries leunde achterover.

‘Dat uw families elkaar veel langer kennen dan u dacht.’

Hij pakte de akte opnieuw op.

‘En dat het huisje mogelijk niet alleen een huisje is.’

Tegen de avond waren er drie dingen duidelijk.

Ten eerste had Julian geprobeerd mijn eigendom te gebruiken als onderpand voor een lening die veel groter was dan hij me had verteld.

Ten tweede was de ketting niet zomaar een oud sieraad. Hij was verbonden aan een reeks gebeurtenissen die meer dan twintig jaar teruggingen.

En ten derde was mijn grootmoeder geen toevallige buitenstaander in dit verhaal.

Ze had iets geweten.

Misschien had ze zelfs geprobeerd te voorkomen dat Julian ooit bij mij in de buurt kwam.

Ik zat in de wachtkamer van het advocatenkantoor toen Thomas naast me kwam zitten.

‘Ik heb nieuws.’

Ik keek op.

‘Wat?’

Hij legde zijn telefoon op tafel.

Op het scherm stond een foto van Julian.

Hij liep een gebouw binnen met een vrouw aan zijn arm.

De vrouw was jonger dan ik, elegant gekleed, met donker haar en een grote zonnebril.

‘Wie is dat?’

‘Dat weet ik nog niet,’ zei Thomas. ‘Maar ze gebruikt de naam Laura Keller.’

Emily kwam naast ons staan.

Toen ze de foto zag, werd haar gezicht spierwit.

‘Nee.’

Thomas keek haar aan.

‘Ken je haar?’

Emily knikte langzaam.

‘Dat is niet Laura.’

‘Wie is het dan?’

Ze wees naar het gezicht.

‘Sophie.’

Ik keek opnieuw naar de foto.

Dezelfde Sophie die volgens Emily jaren geleden door Daniel was bedrogen.

‘Maar hoe kan dat?’

Emily pakte haar telefoon en zocht een oude foto op.

Ze hield beide beelden naast elkaar.

‘Ze heeft haar haar geverfd. Ze heeft haar gezicht veranderd. Maar ik herken haar.’

Thomas fronste.

‘Waarom zou ze onder een andere naam leven?’

Emily keek me aan.

‘Omdat ze niet zijn slachtoffer is.’

Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.

‘Wat bedoel je?’

‘Sophie heeft hem destijds geholpen.’

Er viel een stilte.

‘Ze wist van de fraude,’ vervolgde Emily. ‘Ze wist dat hij geld van vrouwen stal. Ze hielp hem documenten vervalsen. Ze hielp hem verdwijnen wanneer de politie vragen stelde.’

Thomas vloekte zacht.

‘Waarom heb je dat nooit eerder verteld?’

‘Omdat ik het niet wist. Ik dacht dat ze een van zijn slachtoffers was.’

Emily draaide zich naar mij.

‘Anna, als Sophie terug is, betekent dat dat ze weten dat jij de ketting hebt gevonden.’

Mijn telefoon trilde.

Een bericht van een onbekend nummer.

Je hebt iets wat niet van jou is. Geef het terug en alles kan nog goedkomen.

Ik liet het aan Emily zien.

Ze las het en schudde haar hoofd.

‘Dat is niet Julian.’