Voor het eerst verloor Julian zijn zelfbeheersing.

‘Omdat jij niet kon zwijgen!’

De agent greep zijn arm.

‘Genoeg.’

Julian rukte zich los.

Toen keek hij naar mij.

‘Anna, kom hier.’

Ik bleef staan.

‘Nee.’

‘Je begrijpt niet wat deze mensen willen.’

‘Ik begrijp precies wat jij wilt.’

‘Je hebt geen idee hoeveel geld er op het spel staat.’

‘Ik geef niets om je geld.’

Hij lachte.

‘Dat zeg je nu.’

Hij boog zich iets naar voren.

‘Je moeder heeft me alles beloofd. Ze heeft me verteld dat jij de stichting zou erven en dat je me zou helpen zodra we getrouwd waren.’

Ik voelde mijn hart in mijn keel bonzen.

‘Mijn moeder heeft je nooit iets beloofd.’

‘Ze heeft me de toegang tot het huisje gegeven.’

‘Ze probeerde je tegen te houden.’

‘Ze heeft me verraden.’

De agenten grepen hem steviger vast.

Julian keek me nog één keer aan.

‘Vraag je grootmoeder wat er werkelijk met je moeder is gebeurd.’

Toen werd hij naar binnen gebracht.

Ik bleef buiten staan.

Emily legde haar hand op mijn schouder.

‘Hij liegt.’

Ik keek haar aan.

‘Weet je dat zeker?’

Ze antwoordde niet.

Twee dagen later kwam de eerste grote doorbraak.

De politie had in de oude documenten een naam gevonden: Robert Bell.

Hij bleek niet alleen de vader van Emily te zijn, maar ook de oorspronkelijke eigenaar van een groot deel van het vermogen dat via de stichting werd beheerd.

Volgens de officiële administratie was hij in 1998 overleden.

Maar er was nooit een lichaam gevonden.

Een oud medisch dossier vermeldde dat een man met dezelfde geboortedatum onder een andere naam was opgenomen in een kliniek in het buitenland.

Hij was daar bijna twintig jaar gebleven.

Toen was hij plotseling verdwenen.

Thomas herkende het adres.

‘Dat is de kliniek waar Margaret haar dochter heeft laten behandelen,’ zei hij.

Emily keek op.

‘Wat?’

Thomas knikte.

‘Je moeder heeft je daar niet alleen ondergebracht om je te beschermen. Ze heeft geprobeerd je vader te vinden.’

Emily stond op.

‘Waarom heeft ze me dat nooit verteld?’

‘Omdat ze bang was dat Daniel je opnieuw zou vinden.’

Ik keek naar de documenten.

‘En mijn moeder?’

De Vries legde een ander dossier op tafel.

‘Er is een melding uit 2019. Een verkeersongeval op een verlaten provinciale weg. De bestuurder is overleden. De auto stond op naam van een bedrijf dat verbonden was aan Daniel Bell.’

Ik voelde mijn adem stokken.

‘Mijn moeder?’

Hij knikte.

‘De politie heeft destijds geen verband gelegd met de oude zaak.’

‘Dus Julian heeft haar vermoord?’

‘Dat weten we nog niet. Maar de omstandigheden zijn verdacht genoeg om het onderzoek te heropenen.’

Ik voelde mijn handen trillen.

Mijn moeder had niet alleen geprobeerd mij te beschermen.

Ze had misschien haar leven verloren omdat ze de waarheid kende.

Ik keek naar Emily.

‘We moeten Robert vinden.’

Ze knikte.

‘Ja.’

Thomas stond op.

‘Ik weet waar hij kan zijn.’

De kliniek lag buiten de stad, verscholen achter een hoge muur en een rij oude bomen.

Een verpleegkundige controleerde onze identiteitsbewijzen voordat ze ons naar een kleine kamer bracht.

‘Hij ontvangt bijna nooit bezoek,’ zei ze.

‘Is hij in staat om met ons te praten?’ vroeg De Vries.

‘Sommige dagen wel. Andere dagen herkent hij niemand.’

Ze opende de deur.

Een oude man zat bij het raam.

Hij had wit haar, een dun gezicht en handen die voortdurend bewogen. Op zijn schoot lag een boek dat hij niet leek te lezen.

Emily bleef in de deuropening staan.

‘Papa?’

De man keek niet op.

Ze liep langzaam naar hem toe.

‘Papa, ik ben het.’

Hij draaide zijn hoofd.

Zijn ogen gingen over haar gezicht.

Eerst zonder herkenning.

Toen veranderde er iets.

Zijn lippen begonnen te trillen.

‘Emily?’

Ze knielde naast zijn stoel.

‘Ja.’

Hij legde zijn hand op haar wang.

‘Mijn meisje.’

Emily begon te huilen.

Ik keek weg.

Na enkele minuten vroeg Thomas hem naar Daniel.

Robert werd plotseling onrustig.

‘Hij komt terug,’ fluisterde hij.

‘Wie?’ vroeg Thomas.

‘Daniel.’

‘Waar is hij?’

Robert keek naar de deur.

‘Hij heeft de papieren.’

‘Welke papieren?’

De oude man greep mijn pols.

‘Jij bent de dochter van Anna.’

Ik verstijfde.

‘Mijn moeder?’

Hij knikte.

‘Ze heeft je gered.’

‘Waarvan?’

Robert keek me recht aan.

‘Van je eigen vader.’

Ik voelde de kamer draaien.

‘Wat?’

Emily stond op.

‘Robert, wat bedoel je?’

De oude man begon te huilen.

‘Daniel is niet de man die jullie denken.’

Thomas boog zich naar hem toe.

‘Vertel het ons.’

Robert schudde zijn hoofd.

‘Hij is niet mijn zoon.’

Er viel een stilte.

‘Wie is hij dan?’ vroeg ik.

Robert keek naar mij.

En toen sprak hij een naam die ik nog nooit eerder had gehoord.

‘Adrian Keller was de zoon van mijn broer.’

Hij kneep in mijn hand.

‘En je moeder heeft hem ooit gered.’