Hij zette het glas neer. Zijn blik bleef op de hanger rusten.

‘Heb je de achterkant geopend?’

Ik zei niets.

Dat was het eerste moment waarop ik begreep dat hij wist wat er onder die decoratieve plaat verborgen zat.

Zijn gezicht veranderde nauwelijks. Geen grote schok, geen paniek. Alleen een kleine verstrakking rond zijn mond en een blik die ineens veel scherper werd.

‘Wat heb je gezien?’ vroeg hij.

Ik dwong mezelf te glimlachen.

‘Een beetje aanslag.’

Hij staarde me enkele seconden aan.

Toen stak hij zijn hand uit.

‘Geef hem maar.’

‘Waarom?’

‘Omdat ik hem voor je gekocht heb.’

‘Ik wil hem eerst laten controleren.’

Zijn hand bleef in de lucht hangen.

‘Door wie?’

‘Een juwelier.’

‘Dat is niet nodig.’

‘Waarom niet?’

Hij liet zijn hand zakken.

‘Omdat het een cadeau is. Je maakt van alles een probleem.’

Ik keek naar hem en dacht aan de vrouw in de bus. Aan haar trillende handen, haar boodschappentas en de manier waarop ze mijn pols had vastgepakt.

Laat het een nacht in water staan. Laat hem het niet op je afsteken.

Ik had haar waarschuwing eerst voor een vreemde bijgelovige opmerking gehouden. Nu begreep ik dat ze me niet had gewaarschuwd voor de ketting zelf.

Ze had me gewaarschuwd voor de man die hem om mijn hals wilde hangen.

‘Ik ga straks naar mijn werk,’ zei ik.

Julian knikte langzaam.

‘Goed.’

Hij pakte het doosje van het dressoir en stopte het in zijn zak.

‘En die ketting?’

‘Die laat ik voorlopig liggen.’

Hij glimlachte, maar zijn ogen deden niet mee.

‘Zoals je wilt.’

Hij draaide zich om en liep terug naar de slaapkamer.

Ik wachtte tot ik het geluid van de douche hoorde. Daarna pakte ik mijn telefoon en maakte nog drie foto’s van de gravure. Ik stuurde ze naar mijn eigen e-mailadres en verwijderde vervolgens de zoekgeschiedenis.

Ik wist niet wat ik moest doen.

 

 

 

 

 

 

Ik wist alleen dat ik niet langer naast een man woonde die ik werkelijk kende.

Om halfacht zat ik in mijn auto voor het huisje van mijn grootmoeder.

Het kleine huis stond aan het einde van een rustige straat, verscholen achter twee oude lindebomen. De verf op de voordeur bladderde af en de tuin was dringend aan onderhoud toe. Toch was het de enige plek waar ik me nog veilig voelde.

Mijn grootmoeder had het huisje aan mij nagelaten toen ze overleed. Ze had geen groot fortuin achtergelaten, geen aandelenportefeuille of kostbare sieraden. Alleen dit huis, een paar oude meubels en een houten kistje met brieven.

Julian had vanaf het begin gezegd dat het huisje verkocht moest worden.

Volgens hem was het geld nodig voor zijn bedrijf.

Volgens mij was het huisje het laatste stukje van mijn leven dat niet door zijn plannen werd beheerst.

Ik opende de voordeur en liep naar de woonkamer. De geur van oud hout en lavendel hing nog steeds in de gordijnen. Op de schoorsteenmantel stond een foto van mijn grootmoeder, met haar gebruikelijke strenge blik.

‘Ik weet niet wat ik moet doen,’ fluisterde ik.

Ik ging op de bank zitten en opende opnieuw de foto van Emily.

Er was iets aan het gezicht van de vrouw uit de bus dat me niet losliet. Ik had haar eerst ouder ingeschat dan ze werkelijk was. Maar nu ik haar naast Emily zag, begreep ik dat ze waarschijnlijk de moeder van de bruid was.

Ik zocht verder.

De oude krant had een artikel gepubliceerd op de dag na Emily’s verdwijning.

Jonge bruid spoorloos verdwenen na huwelijksreis.

Het artikel vermeldde dat Emily Bell, 26 jaar oud, drie dagen na haar huwelijk niet meer was teruggekeerd naar haar ouderlijk huis. Haar echtgenoot, Daniel Bell, had verklaard dat ze hem tijdens hun reis had verlaten na een ruzie.

Volgens hem had ze geld meegenomen en was ze met een onbekende man vertrokken.

Haar moeder geloofde daar niets van.

Ze had verklaard dat Emily nooit zonder haar medicijnen zou vertrekken en dat ze haar paspoort, haar handtas en vrijwel al haar persoonlijke bezittingen had achtergelaten.

Daniel Bell had meegewerkt aan een eerste politieverhoor, maar was daarna uit de regio vertrokken.

Een jaar later was de zaak op verzoek van de familie opnieuw onderzocht.

Daarna verdween de naam Daniel Bell uit de kranten.

Ik scrolde naar beneden.

Een tweede artikel verscheen.

Familie van vermiste Emily Bell looft beloning uit.

De foto was ouder, maar duidelijk genoeg.

Emily stond naast haar moeder.

De vrouw uit de bus.

Ik voelde mijn maag samentrekken.

Onder het artikel stond een telefoonnummer van de familie. Het was inmiddels verouderd, maar de naam van de moeder bracht me op een nieuw spoor.

Margaret Bell.

Ik typte haar naam in de zoekbalk.

Een overlijdensbericht verscheen.

Margaret Bell was twee maanden geleden overleden.

Ik leunde achterover.

Twee maanden geleden.