Thomas luisterde zonder me te onderbreken.

Toen ik klaar was, stond hij op en liep naar een kast.

Hij haalde er een dikke map uit.

‘Ik heb jarenlang gedacht dat Daniel Bell alleen een oplichter was,’ zei hij. ‘Maar er zijn meer slachtoffers.’

Hij legde de map op tafel.

‘Sophie. Emily. Een vrouw in Antwerpen. Een weduwe in Duitsland. En nog twee vrouwen waarvan de families nooit aangifte hebben gedaan.’

Ik keek naar de foto’s.

Op één ervan stond een vrouw met blond haar.

Ik herkende haar onmiddellijk.

‘Dat is mijn moeder.’

Thomas keek me aan.

‘Wat zei je?’

Ik pakte de foto op.

Mijn moeder stond naast Julian.

Maar niet als een onbekende.

Ze hield zijn hand vast.

Op de achterkant stond een datum.

Twee jaar voordat ik hem had ontmoet.

‘Dat kan niet,’ fluisterde ik.

Emily keek naar de foto.

‘Wie is je moeder?’

Ik slikte.

‘Ze is vijf jaar geleden overleden.’

Thomas pakte de foto voorzichtig uit mijn handen.

‘Dan moeten we weten waarom ze bij hem was.’

Ik staarde naar het beeld.

Mijn moeder had me altijd verteld dat ze Julian nooit had ontmoet. Ze had zelfs gezegd dat ze hem niet vertrouwde toen ik hem voor het eerst aan haar voorstelde.

Ik had gedacht dat ze gewoon beschermend was.

Nu begreep ik dat er iets veel groters achter zat.

‘Wat is dit?’ vroeg ik.

Thomas draaide de foto om.

Er stond een korte boodschap op, geschreven in blauwe inkt.

Als hij opnieuw begint, zoek dan het huisje.

Mijn hart sloeg over.

Het huisje van mijn grootmoeder.

Thomas keek naar mij.

‘Welk huisje?’

Ik vertelde hem over de erfenis, de ruzies en Julian’s voortdurende pogingen om me het huis te laten verkopen.

Emily werd bleek.

‘Hij wilde het huisje niet verkopen om zijn bedrijf te redden.’

‘Waarom dan?’

Ze keek naar Thomas.

‘Omdat daar iets ligt.’

Thomas sloot zijn ogen.

‘Natuurlijk.’

‘Wat ligt daar?’ vroeg ik.

Hij keek me ernstig aan.

‘Het bewijs dat hij al die jaren heeft geprobeerd te vernietigen.’

Ik wilde onmiddellijk terug naar het huisje.

Thomas hield me tegen.

‘Je kunt daar niet alleen heen.’

‘Het is mijn huis.’

‘En hij weet dat jij er toegang toe hebt.’

‘Wat denkt u dat hij daar zoekt?’

Thomas pakte de oude foto van mijn moeder opnieuw.

‘Je moeder heeft ooit contact met Margaret opgenomen. Ze vertelde haar dat ze documenten had gevonden die verband hielden met Daniel Bell.’

Emily keek op.

‘Mijn moeder heeft me daar nooit over verteld.’

‘Ze wilde je beschermen.’

Thomas bladerde door de map.

‘Margaret vertelde me dat je moeder bang was. Ze zei dat er iets in het huisje van je grootmoeder lag wat Daniel niet mocht vinden.’

Ik voelde mijn hart bonzen.

‘Waarom heeft mijn moeder het mij nooit verteld?’

‘Misschien wilde ze wachten tot je oud genoeg was. Misschien dacht ze dat ze het zelf kon oplossen.’

‘Ze is overleden voordat ze het kon uitleggen.’

Thomas knikte langzaam.

‘Dan moeten we uitzoeken wat ze heeft achtergelaten.’

Hij belde een advocaat die gespecialiseerd was in fraude en vermogensdelicten. Binnen een uur hadden we een afspraak voor die middag.

Maar voordat we vertrokken, ging mijn telefoon.

Dit keer was het niet Julian.

Het was mijn buurvrouw.

‘Anna,’ zei ze gejaagd, ‘je moet onmiddellijk naar huis komen.’

‘Wat is er?’

‘Er staan twee mannen voor je deur.’

Mijn keel werd droog.

‘Wat willen ze?’

‘Ze zeggen dat ze van de bank zijn.’

‘Welke bank?’

‘Ze hebben papieren bij zich. Ze zeggen dat ze het huis komen controleren omdat het verkocht wordt.’

Ik keek naar Thomas.

Hij schudde onmiddellijk zijn hoofd.

‘Zeg dat je niemand binnenlaat,’ zei hij.

Ik bracht de telefoon terug naar mijn oor.

‘Laat ze niet binnen.’

‘Ze zeggen dat ze een officieel bevel hebben.’

‘Bel de politie.’

‘Anna, er is nog iets.’

‘Wat?’

Mijn buurvrouw aarzelde.

‘Julian is hier.’

Ik stond op.

‘Wat doet hij?’

‘Hij heeft een sleutel.’

Ik voelde mijn maag samentrekken.

‘Hij is naar binnen gegaan.’

Thomas pakte mijn arm.

‘We gaan niet terug.’

Maar ik kon nauwelijks nog nadenken.

Julian had een sleutel van mijn huisje.

Ik wist dat hij er eerder was geweest. Ik wist dat hij de kamers had bekeken, de kasten had geopend en misschien zelfs de spullen van mijn grootmoeder had doorzocht.

Ik dacht aan de houten kist.

Aan de brieven.

Aan de foto van mijn moeder.

‘Hij zoekt iets,’ fluisterde ik.

Thomas knikte.

‘En als hij het vindt, zijn we misschien alles kwijt.’

De advocaat heette meneer De Vries.

Hij was een rustige man met zilvergrijs haar en een stem die geen ruimte liet voor discussie. Hij luisterde naar ons verhaal, bekeek de documenten en vroeg vervolgens om een kopie van mijn huwelijksakte.

‘Heeft uw man ooit een andere naam gebruikt in officiële documenten?’ vroeg hij.