‘En toen?’

‘We werden verliefd. Ik vertelde haar alles wat ik wist. Over Elise. Over de kluis. Over de documenten.’

Hij sloot zijn ogen.

‘Ik had nooit gedacht dat ze me zou verraden.’

‘Wat gebeurde er op zee?’

Andrew ademde langzaam uit.

‘Ik had ontdekt dat onze vader een tweede identiteit gebruikte. Ik had documenten gevonden die bewezen dat hij jarenlang geld had weggesluisd. Ik wilde naar de politie. Vanessa zei dat we eerst naar een veilige plek moesten.’

‘En de boot?’

‘Ze liet de boot beschadigen. Daarna verdween ik.’

Ik voelde mijn maag samentrekken.

‘Je hebt je eigen dood in scène gezet.’

‘Ja.’

‘Waarom?’

‘Omdat Vanessa me vertelde dat iemand me wilde vermoorden. Ze zei dat als iedereen dacht dat ik dood was, ik veilig zou zijn.’

‘En je hebt zes jaar lang niets laten horen?’

Hij keek me aan.

‘Ik dacht dat jij de volgende zou zijn.’

Ik boog mijn hoofd.

‘Je had me tenminste één keer kunnen bellen.’

‘Ik weet het.’

‘Onze moeder heeft je iedere kerst gebeld.’

Hij begon te huilen.

‘Ik weet het.’

‘Ze heeft je telefoon gebeld, Andrew. Zelfs nadat hij was afgesloten.’

Hij draaide zijn gezicht weg.

Ik voelde mijn eigen tranen komen.

‘Ik heb je gemist.’

Hij stak zijn hand uit.

Ik pakte die vast.

‘Ik jou ook.’

Een tijdlang zeiden we niets.

Toen vroeg ik:

‘Waarom heeft Vanessa mij gekozen?’

Andrew keek me aan.

‘Omdat jij de laatste persoon was die de kluis kon openen.’

Ik fronste.

‘Hoezo?’

‘Omdat onze vader de toegang niet alleen met een sleutel heeft beveiligd. Hij heeft ook een persoonlijke code gebruikt. Een code die alleen jij kent.’

‘Ik weet helemaal geen code.’

Andrew schudde zijn hoofd.

‘Je weet hem wel. Je gebruikt hem al sinds je kindertijd.’

Ik dacht na.

Mijn geboortedatum?

De datum waarop onze vader was overleden?

De oude toegangscode van het huis?

‘Wat is het?’

Andrew fluisterde:

‘De datum waarop jij werd geboren.’

Ik keek hem aan.

‘Dat is onmogelijk. Iedereen kent die datum.’

‘Niet iedereen weet dat onze vader die datum heeft gebruikt als sleutel tot de kluis.’

Ik voelde de sleutel in mijn zak.

‘Waarom zou hij dat doen?’

Andrew antwoordde niet.

Hij keek naar de deur.

Toen zei hij:

‘Omdat hij wist dat jij uiteindelijk degene zou zijn die alles moest erven.’

Die middag belde Miriam, de advocaat van onze familie, met nieuws over Vanessa.

De politie had haar telefoon onderzocht en verschillende berichten gevonden tussen haar en Marcus. Ze hadden ook contact gehad met een onbekende persoon die alleen onder de naam De Notaris in haar contacten stond.

‘Wat betekent dat?’ vroeg ik.

‘We weten het nog niet,’ zei Miriam. ‘Maar er zijn betalingen gevonden aan een notariskantoor in Rotterdam.’

‘Welk kantoor?’

Ze noemde een adres.

Ik herkende het niet.

‘Wat hebben ze daar gedaan?’

‘Volgens de documenten heeft iemand geprobeerd een nieuwe eigendomsakte te laten registreren op naam van een buitenlandse onderneming.’

‘Van wie is die onderneming?’

‘Dat is nog niet duidelijk.’

Ze zweeg even.

‘Daniel, er is nog iets.’

Ik voelde mijn hart sneller slaan.

‘Wat?’

‘Vanessa heeft een document ondertekend waarin staat dat zij bevoegd is om namens jou op te treden bij een bepaalde overdracht.’

‘Ik heb haar nooit die bevoegdheid gegeven.’

‘Dat weten we. Maar er staat een handtekening van jou op.’

Ik sloot mijn ogen.

‘Weer vervalst.’

‘Waarschijnlijk. Maar er is iets bijzonders aan deze handtekening. Ze lijkt niet nagemaakt met een pen. Ze is digitaal geplaatst.’

‘Wat betekent dat?’

‘Dat iemand mogelijk toegang heeft gehad tot een digitaal certificaat of een beveiligd account van jou.’

Ik dacht aan Marcus.

Hij had toegang tot mijn kantoor, mijn beveiligingssystemen en soms mijn documenten.

‘Kan Marcus dat hebben gedaan?’

‘Dat onderzoeken we.’

Ik keek naar Andrew.

Hij had onze conversatie gehoord.

‘Vraag haar naar de oude laptop,’ zei hij.

Ik hield de telefoon dichter bij mijn oor.

‘Miriam, weet je iets over een oude laptop van mijn vader?’

‘Welke laptop?’

‘Een zwarte laptop die vroeger in zijn kantoor stond. Ik herinner me dat hij hem altijd meenam als hij op reis ging.’

Miriam zweeg.

Toen zei ze:

‘Die laptop is verdwenen na zijn overlijden.’

‘Wie heeft hem meegenomen?’

‘Marcus.’

Ik voelde mijn bloed koud worden.

‘Waarom?’

‘Hij zei dat hij hem naar een beveiligde opslagruimte zou brengen.’

Andrew sloot zijn ogen.

‘Daar staat alles op,’ fluisterde hij.

Ik keek naar hem.

‘Wat?’

‘De originele documenten. De echte testamenten. De correspondentie tussen onze vader en de mensen die Elise hebben verborgen.’

Ik richtte me weer tot Miriam.

‘We moeten die laptop vinden.’

‘Ik zal het regelen.’

‘En Miriam?’

‘Ja?’

‘Vertel niemand dat we dit weten.’

‘Dat begrijp ik.’

Toen de verbinding werd verbroken, keek ik naar Andrew.

‘Wie heeft Elise verborgen?’

Hij keek me lang aan.

Toen zei hij:

‘Onze vader.’

‘Waarom?’