‘Omdat hij haar wilde beschermen tegen de man die hem had geholpen zijn bedrijf op te bouwen.’

‘Wie was dat?’

Andrew antwoordde zacht:

‘Onze echte grootvader.’

Ik staarde hem aan.

‘Dat slaat nergens op.’

‘Het is ingewikkelder dan je denkt.’

Hij probeerde zijn hoofd iets op te tillen.

‘Daniel, je moet één ding begrijpen. Onze familie heeft nooit alleen uit geld bestaan. Er is een oude overeenkomst. Een overeenkomst die generaties teruggaat. Wie de kluis opent, krijgt niet alleen toegang tot de bezittingen. Die persoon krijgt ook de bewijzen van een misdaad die al tientallen jaren wordt verborgen.’

‘Welke misdaad?’

Andrew keek me aan.

‘De verdwijning van onze grootvader.’

Die avond kwam inspecteur Lewis met een nieuwe ontwikkeling.

Marcus was verdwenen.

Zijn huis stond leeg. Zijn auto was achtergelaten op een parkeerplaats bij de luchthaven. Zijn bankrekening was afgesloten en zijn telefoon was uitgeschakeld.

Maar in zijn garage had de politie iets gevonden.

Een doos met paspoorten.

Vier paspoorten met verschillende namen.

Twee ervan droegen mijn foto.

Eén droeg de foto van Andrew.

Het vierde paspoort droeg de foto van een jonge vrouw.

Elise.

Ik voelde mijn keel dichtknijpen.

‘Ze hebben haar identiteit veranderd.’

Lewis knikte.

‘We vermoeden dat er een plan was om haar naar het buitenland te brengen.’

‘Wanneer?’

‘Morgen.’

‘Waarheen?’

‘Dat weten we nog niet.’

Hij legde een document op tafel.

‘Maar er is een vlucht geboekt naar Genève.’

Ik keek naar hem.

‘Vanuit Rotterdam?’

‘Ja.’

Ik voelde dat alles samenkwam.

De afspraak in Rotterdam.

De kluis.

De valse paspoorten.

Vanessa.

Marcus.

Andrew.

Ze wilden niet alleen de erfenis overnemen.

Ze wilden de mensen die de waarheid kenden uit de weg ruimen en vervolgens verdwijnen.

‘Wie staat er op het ticket?’ vroeg ik.

Lewis keek naar de naam.

Toen werd hij stil.

‘Wat is er?’ vroeg ik.

Hij schoof het document naar mij toe.

Op het ticket stond:

Elise Bennett.

Daaronder stond een tweede passagier.

Daniel Bennett.

Ik keek hem aan.

‘Ik heb geen ticket geboekt.’

‘Dat weten we.’

‘Wie heeft het dan gedaan?’

Lewis keek naar de gegevens.

‘De reservering is gemaakt met uw paspoortnummer.’

Ik staarde naar het papier.

Iemand had mijn identiteit opnieuw gebruikt.

En deze keer was het niet bedoeld om mij dood te verklaren.

Het was bedoeld om mij te laten verdwijnen.

Ik keek naar Andrew.

Hij had alles gehoord.

Zijn gezicht was wit geworden.

‘Ze willen dat jullie allebei verdwijnen,’ fluisterde hij.

Ik pakte de sleutel uit mijn zak.

‘Dan moeten we de kluis eerder vinden.’

Lewis schudde zijn hoofd.

‘We gaan dit niet op eigen houtje doen.’

‘Als we wachten, is Elise morgen weg.’

‘We hebben een team dat aan de zaak werkt.’

‘En als ze haar vanavond verplaatsen?’

Lewis keek naar het document.

Hij wist dat ik gelijk kon hebben.

Na een lange stilte zei hij:

‘We gaan naar Rotterdam. Maar u blijft onder bescherming. U doet precies wat wij zeggen.’

Ik knikte.

Voor het eerst sinds de verdwijning van Andrew voelde ik niet alleen angst.

Ik voelde vastberadenheid.

Vanessa had gedacht dat ze mijn leven kon overnemen.

Marcus had gedacht dat hij mijn familie kon verraden zonder gevolgen.

En iemand had besloten dat de naam Bennett voorgoed moest verdwijnen.

Maar ze hadden één ding vergeten.

Ik was niet langer de man die alles geloofde wat hem werd verteld.

Ik was de broer die zijn familie terug wilde.

En deze keer zou ik niet toestaan dat iemand nog een van ons liet verdwijnen.