Ik omhelsde haar.

En voor het eerst in lange tijd voelde ik dat ik niet alleen degene was die haar beschermde.

Zij beschermde mij ook.

Om 10.30 uur arriveerden we bij de trouwlocatie.

De bloemen waren opnieuw geschikt. De hoofdtafel was hersteld. Lily’s plaatskaart stond precies in het midden, met haar naam in gouden letters.

Lily liep langzaam door de zaal.

Ze keek naar de stoel waar Celeste de avond ervoor had gezeten.

“Zet daar een bloem,” zei ze tegen de weddingplanner.

“Welke bloem?”

“Een witte roos.”

De planner knikte.

“Uiteraard.”

Ik keek naar Lily.

“Waarom daar?”

Ze glimlachte.

“Omdat ik niet wil dat die stoel me nog aan haar herinnert.”

Ze keek naar de witte roos die op tafel werd gelegd.

“Ik wil dat hij me herinnert aan mijn moeder.”

Ik sloeg mijn arm om haar schouders.

“Ze zou trots op je zijn.”

Lily keek naar de ingang.

“Hoop je dat hij niet komt?”

“Wie?”

“Preston.”

Ik keek naar de beveiliging.

“Als hij komt, wordt hij tegengehouden.”

“En als hij toch binnenkomt?”

“Dan zal hij ontdekken dat hij niet meer de baas is.”

Op dat moment kwam Marianne binnen.

Ze had haar telefoon in haar hand.

Ik zag aan haar gezicht dat er iets was gebeurd.

“Wat is er?” vroeg ik.

Ze liep rechtstreeks naar me toe.

“De rechtbank heeft een voorlopig bevel afgewezen.”

Ik voelde mijn schouders ontspannen.

“De trust blijft actief?”

“Voorlopig wel.”

Lily sloeg haar handen voor haar mond.

“Betekent dat dat ik kan trouwen?”

Marianne glimlachte.

“Ja.”

Lily begon te huilen.

Nathan kwam vanuit de andere zaal naar haar toe en sloeg zijn armen om haar heen.

Maar Marianne was nog niet klaar.

“Er is nog iets.”

Ik keek haar aan.

“Wat?”

“De rechter heeft de aanvraag bekeken en een vraag gesteld over de medische verklaring.”

“Welke vraag?”

Marianne keek naar haar telefoon.

“Waarom de arts die de verklaring zou hebben ondertekend al zes maanden dood is.”

Ik voelde een rilling over mijn rug lopen.

“Wat?”

“De arts is overleden. De handtekening is dus niet alleen vervalst. Iemand heeft ook zijn identiteit gebruikt.”

Lily keek ons aan.

“Wie?”

Marianne schudde haar hoofd.

“Dat weten we nog niet.”

Ik keek naar de zaal.

Alles was klaar.

De gasten zouden over enkele uren arriveren.

Maar Preston was niet de enige die dit plan had voorbereid.

Er was iemand die toegang had gehad tot medische documenten, bankgegevens en de eigendomsstructuur van Lily’s moeder.

Iemand die wist hoe hij een overleden arts kon gebruiken om een rechtbank te misleiden.

En iemand die kennelijk veel meer wist over Lily’s familie dan wij.

Om 12.05 uur arriveerde de eerste groep gasten.

Lily stond in haar suite met haar trouwjurk aan.

De jurk was eenvoudig, met een hoge kanten halslijn, lange mouwen en een subtiele rij parels langs de rug. Haar haar was opgestoken, met enkele losse lokken langs haar gezicht.

Ze zag er prachtig uit.

Ik stond achter haar en hielp de sluier recht te trekken.

“Ben je zenuwachtig?” vroeg ik.

“Een beetje.”

“Dat hoort erbij.”

Ze keek naar mij in de spiegel.

“Ben jij zenuwachtig?”

Ik glimlachte.

“Ik ben vooral blij dat je vandaag gelukkig bent.”

Ze draaide zich om en omhelsde me.

“Bedankt dat je er bent.”

“Altijd.”

Toen ging de deur open.

Marianne kwam binnen.

“Er is iemand voor je.”

Lily keek op.

“Wie?”

“Een vrouw. Ze zegt dat ze je moeder kende.”

Lily werd bleek.

“Mijn moeder is overleden.”

“Dat zei ze ook.”

“Wat wil ze?”

Marianne keek naar mij.

“Ze heeft een brief bij zich.”

Ik liep naar de deur.

“Waar is ze?”

“Beneden.”

“Hoe heet ze?”

Marianne keek naar haar aantekeningen.

“Margaret Shaw.”

Ik voelde een vreemd gevoel in mijn buik.

De naam zei me iets.

Niet omdat ik haar kende.

Maar omdat ik hem die ochtend in de brief van Lily’s moeder had gezien.

Ik draaide me naar Lily.

“Blijf hier.”

“Waarom?”

“Ik wil eerst weten wie ze is.”

Ik liep met Marianne naar beneden.

In de lobby stond een vrouw van ongeveer zestig jaar. Ze droeg een donkere mantel en hield een kleine leren tas vast.

Toen ze me zag, glimlachte ze niet.

Ze keek me aan alsof ze al jaren op dit moment had gewacht.

“U bent Evelyn Whitaker?”

“Ja.”

“Ik heb iets voor u.”

Ze haalde een foto uit haar tas.

Het was een oude foto van drie vrouwen.

Lily’s moeder stond in het midden.

Aan haar linkerzijde stond een jonge Celeste.

Aan haar rechterzijde stond een vrouw die ik nog nooit had gezien.

Op de achterkant stond geschreven:

De drie dochters van Eleanor.

Ik keek op.

“Wat betekent dit?”

Margaret haalde diep adem.

“Het betekent dat de vrouw die u gisteren uw nichtje noemde, niet de enige erfgename is.”

Ik keek naar haar.

“Wie bent u?”