‘Mijn advocaat onderzoekt het.’

‘Dan moet u ook weten dat het geld niet voor het bedrijf van uw man bedoeld was.’

Ik verstijfde.

‘Waarvoor dan?’

Haar antwoord maakte me misselijk.

‘Voor de aankoop van een woning in Coral Gables. Een woning die op naam van Alyssa Morgan zou worden gezet.’

Ik keek naar de babykamer.

Een huis.

Een ander huis.

Een huis dat mijn man wilde kopen voor de vrouw met wie hij mij bedroog.

Met geld dat hij via mijn naam probeerde te lenen.

‘Heeft u bewijs?’ vroeg ik.

‘Ja. Ik heb een kopie van de aanvraag en een interne e-mail.’

‘Waarom belt u mij?’

‘Omdat ik niet wil dat iemand anders de schuld krijgt voor iets wat ik had kunnen voorkomen.’

Ik zweeg.

Toen zei ze:

‘En omdat mevrouw Morgan van plan is vrijdag naar uw appartement te komen.’

Ik keek naar de klok.

Donderdag.

Minder dan vierentwintig uur.

‘Waarom?’

‘Ze wil de woning bekijken.’

Ik lachte ongelovig.

‘Mijn woning?’

‘Ja.’

Ik verbrak de verbinding.

Daarna belde ik Victoria.

‘We hebben een probleem.’

Vrijdag kwam eerder dan verwacht.

Om negen uur ‘s ochtends arriveerde een verhuisbedrijf bij het penthouse.

Ik had geen verhuizing besteld.

Ik stond in de woonkamer toen twee mannen met dozen naar binnen kwamen.

‘Goedemorgen, mevrouw. We komen voor de verhuizing van meneer Bennett.’

Ik keek hen verbaasd aan.

‘Welke verhuizing?’

Een van de mannen controleerde zijn papieren.

‘Er staat dat we persoonlijke bezittingen van meneer en mevrouw Bennett moeten ophalen.’

‘Wie heeft de opdracht gegeven?’

Hij keek naar het formulier.

‘De heer Caleb Bennett.’

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

‘Ik heb geen toestemming gegeven.’

De man knikte beleefd.

‘Dan moeten we contact opnemen met onze opdrachtgever.’

Hij belde iemand.

Een minuut later ging mijn telefoon.

Caleb.

‘Waarom staan de verhuizers beneden?’ vroeg ik.

‘Omdat ik je spullen laat ophalen.’

‘Mijn spullen?’

‘Je zei toch dat je vrijdag weg zou zijn?’

‘Ik zei dat ik vrijdag weg zou zijn. Niet dat je mijn spullen mocht laten ophalen.’

Hij zuchtte.

‘Charlotte, alsjeblieft. Ik probeer het allemaal zo eenvoudig mogelijk te houden.’

‘Voor wie?’

‘Voor iedereen.’

‘Je hebt geen toestemming om iemand mijn woning binnen te sturen.’

Hij werd stil.

‘Wat bedoel je?’

‘Je hebt me gehoord.’

‘Charlotte, doe niet zo moeilijk.’

Ik keek naar de mannen bij de deur.

‘Ik stuur ze weg.’

‘Wacht even!’

Ik verbrak de verbinding.

Daarna vroeg ik de verhuizers vriendelijk om te vertrekken.

Nog geen tien minuten later ging de deurbel opnieuw.

Ik opende de deur.

En daar stond Alyssa.

Ze droeg een crèmekleurige broek, een witte blouse en een zonnebril van een duur merk. Haar blonde haar viel in perfecte golven over haar schouders.

Ze glimlachte alsof ze bij een vriendin op bezoek kwam.

‘Charlotte.’

Ik keek haar aan.

‘Alyssa.’

Ze zette haar zonnebril af.

‘Ik hoop dat ik niet ongelegen kom.’

Ik keek naar de dozen die ze bij de deur had laten zetten.

‘Dat ben je wel.’

Haar glimlach werd iets kleiner.

‘Caleb heeft me verteld dat je binnenkort verhuist.’

‘Dat klopt niet helemaal.’

Ze keek langs mij naar binnen.

‘Mag ik even binnenkomen?’

‘Nee.’

Ze leek verrast.

‘Ik wilde alleen even praten.’

‘Dan kun je praten waar je staat.’

Ze keek naar mijn buik.

‘Hoe gaat het met de zwangerschap?’

Ik voelde mijn vingers zich om de deurklink sluiten.

‘Waarom vraag je dat?’

‘Omdat ik hoop dat alles goed gaat.’

Ik lachte kort.

‘Je ligt naast mijn man te slapen en stuurt me vervolgens foto’s om me eraan te herinneren dat hij bij jou is. En nu vraag je hoe het met mijn zwangerschap gaat?’

Ze keek weg.

‘Dat was niet mijn bedoeling.’

‘Wat was dan wel je bedoeling?’

Ze haalde haar schouders op.

‘Caleb heeft me verteld dat jullie huwelijk voorbij is.’

‘Dan had hij je ook kunnen vertellen dat we nog getrouwd zijn.’

‘Charlotte, ik wil geen ruzie.’

‘Dan ben je bij het verkeerde adres.’

Ze zuchtte.

‘Ik denk dat we allebei weten dat Caleb en ik samen verder willen.’

Ik keek haar recht aan.

‘Dan wens ik jullie veel geluk.’

Ze glimlachte opgelucht.

‘Dank je.’

‘Maar niet in mijn appartement.’

Haar glimlach verdween.

‘Pardon?’

‘Dit appartement is van mij. Jij bent hier niet welkom.’

Ze keek mij aan alsof ze mij niet goed had verstaan.

‘Caleb heeft gezegd dat hij de woning zou overnemen.’

‘Caleb heeft je voorgelogen.’

Ik wilde de deur sluiten, maar ze zette een hand tegen het kozijn.

‘Wacht. Ik denk dat we een misverstand hebben.’

Ik keek naar haar hand.

‘Neem die weg.’

Ze deed het langzaam.

Toen zei ze iets waardoor ik onmiddellijk begreep dat ze veel meer wist dan ik had gedacht.

‘Je moet niet denken dat je alles kunt behouden alleen omdat je zwanger bent.’

Ik verstijfde.

‘Wat bedoel je?’

Ze glimlachte.