‘Je wist dat ik je vertrouwde.’

Bernice sloeg haar handen voor haar gezicht.

‘Ik weet het.’

‘Je hebt mijn hand vastgehouden voor mijn operatie. Je hebt me beloofd dat ik nooit alleen zou staan.’

Ze zakte langzaam op de stoel bij de deur.

‘Christopher heeft me verteld dat hij je wilde beschermen.’

‘Beschermen tegen wie?’

Ze keek op.

‘Zijn schuldeisers.’

Die twee woorden veranderden alles.

Miriam draaide zich naar haar toe.

‘Welke schuldeisers?’

Bernice keek alsof ze zich net had gerealiseerd dat ze te veel had gezegd.

‘Ik weet niets.’

‘Mevrouw, u hebt zojuist gezegd dat uw zoon schuldeisers heeft.’

‘Ik bedoelde… zakelijke problemen.’

‘Welke zakelijke problemen?’

Bernice stond op.

‘Ik moet gaan.’

Miriam hield haar tegen.

‘Nee. U blijft hier totdat we begrijpen wat u weet.’

Maar Bernice trok haar arm los en liep naar de gang. Een verpleegkundige riep de beveiliging.

Ik keek haar na.

Voor het eerst zag ik niet alleen een verrader.

Ik zag een moeder die haar zoon misschien jarenlang had geholpen zijn leugens te verbergen.

De volgende ochtend kwam inspecteur Evans terug.

Ze vertelde me dat Christopher voorlopig vastzat op verdenking van verschillende strafbare feiten, waaronder fraude en het toedienen of voorbereiden van een schadelijke stof. De precieze verdenkingen zouden afhangen van het verdere onderzoek.

Laura was eveneens aangehouden.

Haar echte naam bleek Vanessa Reed te zijn. Ze had eerder als administratief medewerker bij een particuliere kliniek gewerkt, maar was daar ontslagen nadat er onregelmatigheden waren ontdekt in patiëntendossiers.

Ze had geen bevoegdheid om mijn ontslagpapieren te behandelen.

‘Hoe kende ze Christopher?’ vroeg ik.

Evans keek in haar notities.

‘Ze hebben elkaar ongeveer elf maanden geleden ontmoet.’

‘Elf maanden?’

‘Volgens berichten op hun telefoons.’

Ik voelde mijn maag omdraaien.

Mijn operatie was pas enkele weken geleden.

Maar hun plan bestond al bijna een jaar.

‘Wat hebben ze al die tijd gedaan?’

‘Dat onderzoeken we.’

Ze liet me een foto zien van Vanessa.

Op de foto stond ze naast Christopher bij een restaurant. Ze droeg een donkere jurk en had haar haar op dezelfde lengte als het mijne.

Ik herkende haar onmiddellijk.

‘Ze heeft mijn kleding gedragen.’

‘We hebben kledingstukken gevonden in een appartement dat door uw man werd betaald. Sommige waren gekocht in dezelfde winkels waar u normaal gesproken uw kleding kocht.’

‘Waarom?’

Evans legde de foto weg.

‘We vermoeden dat uw man haar uiterlijk bewust heeft laten aanpassen.’

Ik kon geen woorden vinden.

‘Was ze van plan mij te vervangen?’

‘We hebben nog geen bewijs dat dit haar uiteindelijke doel was. Maar we hebben wel documenten gevonden waarin uw naam voorkomt naast een reeks financiële en juridische afspraken.’

‘Welke afspraken?’

Evans haalde een andere map tevoorschijn.

‘Een afspraak bij een notaris. Een aanvraag voor een nieuwe identiteitskaart. Een overdracht van bepaalde bezittingen. En een reis naar het buitenland.’

Ik keek naar haar.

‘Ze wilde mijn leven overnemen.’

‘Dat is een mogelijkheid die we zeer serieus nemen.’

‘En Christopher?’

‘We vermoeden dat hij de organisator was.’

Ik dacht aan de kaarsen op tafel.

De twee wijnglazen.

De jurk.

De woorden die hij had uitgesproken.

Als Sabrina in het ziekenhuis sterft, zal niemand de papieren in twijfel trekken.

Ik sloot mijn ogen.

Hij had niet alleen een affaire gehad.

Hij had mijn dood als onderdeel van een zakelijke oplossing beschouwd.

Drie dagen later werd ik uit het ziekenhuis ontslagen, maar niet naar huis.

Miriam had een beveiligde tijdelijke woning geregeld. Mijn telefoonnummer werd veranderd, mijn bankrekeningen werden gecontroleerd en mijn medische gegevens kregen extra beveiliging.

Ik had nooit gedacht dat ik ooit een beveiliger nodig zou hebben om naar de supermarkt te gaan.

Toch voelde ik me veiliger dan in mijn eigen appartement.

Op de vierde dag ontving ik een bericht van een onbekend nummer.

Je weet niet wie je werkelijk moet vrezen.

Ik las het drie keer.

Daarna kwam een tweede bericht.

Christopher is slechts een pion.

Mijn vingers werden koud.

Ik maakte een screenshot en stuurde het naar inspecteur Evans.

Binnen enkele minuten belde ze terug.

‘Stuur geen antwoord. Open geen links en verwijder niets. We willen het nummer onderzoeken.’

‘Denkt u dat Vanessa het is?’

‘Dat weten we nog niet.’

‘Of Bernice?’

‘Ook dat weten we niet.’

Ik keek naar het scherm.

Toen verscheen er een derde bericht.

Vraag je schoonmoeder wat er twintig jaar geleden in Rotterdam is gebeurd.

Ik staarde naar de woorden.

Twintig jaar geleden.

Rotterdam.

Ik had daar als kind gewoond voordat mijn ouders naar een andere stad verhuisden. Mijn vader was overleden toen ik negentien was. Mijn moeder had daarna nauwelijks over die periode gesproken.

Wat had dat met Christopher te maken?

Ik belde Miriam.

Ze kwam binnen een halfuur.

Toen ik haar de berichten liet zien, las ze ze aandachtig.

‘Ken je iemand in Rotterdam die mogelijk met Christopher te maken heeft?’

‘Nee.’

‘Je vader?’