‘We gaan het toch onderzoeken.’
Ze noteerde alles en liet me vervolgens weten dat ik voorlopig niet alleen zou worden gelaten.
Inspecteur Evans kwam ongeveer een uur later terug.
Ze had een notitieboekje in haar hand en zag er vermoeid uit.
‘We hebben uw man meegenomen voor verhoor,’ zei ze. ‘Uw schoonmoeder wordt eveneens ondervraagd. De vrouw die zich Laura noemt, heeft een valse identiteitskaart bij zich gehad.’
‘Is ze echt verpleegkundige?’
‘Dat onderzoeken we nog. Ze had toegang tot informatie over uw ziekenhuisopname. We proberen vast te stellen hoe ze aan die gegevens is gekomen.’
‘En mijn paspoort?’
‘We hebben het nog niet gevonden.’
Ik voelde mijn maag samentrekken.
‘Ze zeiden dat het in een kluis lag.’
‘We hebben een kluis aangetroffen in uw woning. Die was leeg.’
Ik sloot mijn ogen.
Mijn paspoort was niet zomaar een document. Christopher had maanden geleden gezegd dat hij het veilig wilde bewaren omdat we misschien naar het buitenland zouden reizen. Ik had er niet verder over nagedacht.
Nu begreep ik dat hij misschien iets anders van plan was.
‘Inspecteur, er is nog iets.’
Ze trok een stoel naar mijn bed.
‘Vertel maar.’
‘Ik hoorde Christopher zeggen dat ze een afspraak nodig hadden. Hij zei dat mijn originele paspoort in de kluis lag. En hij vroeg of ik zeker niet ontslagen zou worden.’
Evans schreef iets op.
‘Hebt u enig idee wat voor afspraak?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Maar ik denk dat ze mijn identiteit wilden gebruiken.’
Ze keek op.
‘Dat is een belangrijke mogelijkheid. We gaan onderzoeken of er documenten op uw naam zijn opgesteld, of er financiële transacties zijn gedaan en of iemand geprobeerd heeft uw identiteit te gebruiken.’
Ik dacht aan de vrouw die mijn jurk droeg.
‘Ze wilde mijn plaats innemen.’
‘Dat is mogelijk.’
‘Niet alleen voor één avond.’
Evans zei niets.
En juist haar stilte maakte me bang.
De volgende ochtend kwam een rechercheur van de financiële recherche langs. Zijn naam was Daniel Brooks. Hij legde een map op het tafeltje naast mijn bed.
‘We hebben voorlopig toestemming gekregen om enkele financiële gegevens van uw man te onderzoeken,’ zei hij. ‘Er zijn verdachte transacties gevonden.’
‘Wat voor transacties?’
‘Geldoverschrijvingen naar een bedrijf dat op naam staat van een persoon die wij nog niet volledig hebben kunnen identificeren. Daarnaast zijn er betalingen gedaan aan een particuliere medische dienstverlener.’
‘Een medische dienstverlener?’
Hij knikte.
‘Uw naam staat op een aanvraag voor een uitgebreide medische beoordeling.’
Ik keek hem aan.
‘Ik heb nooit zo’n aanvraag ingediend.’
‘Dat vermoeden we.’
Hij sloeg een pagina om.
‘Volgens het document zou u vrijwillig hebben ingestemd met een medische beoordeling van uw geestelijke toestand. Er staat ook dat u tijdelijk niet in staat bent om zelfstandig financiële en juridische beslissingen te nemen.’
Ik voelde de kamer om me heen kleiner worden.
‘Waarom zouden ze dat doen?’
‘Dat proberen we vast te stellen.’
Ik dacht terug aan de afgelopen maanden.
Christopher had me steeds vaker gevraagd om documenten te ondertekenen zonder ze helemaal te lezen. Hij had gezegd dat hij onze financiële zaken wilde vereenvoudigen. Wanneer ik vragen stelde, werd hij geïrriteerd.
Een keer had hij zelfs tegen me gezegd dat ik na mijn operatie misschien een tijdje rustiger aan moest doen en de belangrijke beslissingen aan hem moest overlaten.
Ik had het als bezorgdheid opgevat.
Nu klonk het als een waarschuwing.
‘Wie heeft die aanvraag ingediend?’ vroeg ik.
Brooks keek naar zijn papieren.
‘De aanvraag is elektronisch verstuurd vanaf een apparaat dat volgens onze eerste gegevens regelmatig door uw man wordt gebruikt. Maar er is ook een handtekening van u toegevoegd.’
‘Een vervalste handtekening?’
‘Dat vermoeden bestaat.’
Hij schoof een kopie naar me toe.
Ik herkende mijn naam onmiddellijk.
Maar de handtekening was niet van mij.
Het leek erop dat iemand mijn handtekening zorgvuldig had bestudeerd en vervolgens had nagemaakt.
‘Dit is niet de eerste keer,’ fluisterde ik.
Brooks keek op.
‘Wat bedoelt u?’
Ik herinnerde me een document dat Christopher me drie maanden geleden had laten ondertekenen. Hij had gezegd dat het een aanpassing van onze gezamenlijke verzekeringspolis was.
Ik had het ondertekend zonder alles te lezen.
‘Ik weet niet precies wat ik heb getekend.’
‘Hebt u een kopie?’
‘Misschien in mijn e-mail.’
Hij noteerde het.
‘We zullen dat onderzoeken. Maar ik wil u iets anders vragen. Heeft uw man ooit gesproken over een reis naar het buitenland?’
‘Ja. Hij wilde dat we naar Zwitserland gingen.’
‘Wanneer?’
‘Volgende maand.’
‘Was er een reden voor die reis?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Hij zei dat hij een zakelijke afspraak had.’
Brooks keek naar zijn collega.
‘We hebben een reservering gevonden voor twee personen naar Genève. De tickets zijn geboekt onder uw naam en die van uw man.’
‘Maar ik zou niet reizen.’
‘Dat is precies waarom we het onderzoeken.’
Hij sloot de map.






