“Elise, ik heb haar vorige week nog gezien.”
Ik had die avond niet moeten gaan.
Maren had me gewaarschuwd. De politie had inmiddels een voorlopig onderzoek geopend. Er waren genoeg redenen om thuis te blijven en de zaak via mijn advocaat te laten lopen.
Maar Sloane had me een adres gestuurd.
Een klein privéappartement in Providence.
Ze beweerde dat ze daar de originele documenten had verborgen.
Ik ging niet alleen.
Maren zat naast me in de auto. Een beveiligingsmedewerker reed achter ons.
Toen we aankwamen, stond de deur op een kier.
Sloane zat op de bank.
Ze droeg een losse trui en had haar handen op haar buik gelegd.
“Je bent gekomen.”
“Waar zijn de documenten?”
Ze wees naar een bruine map op tafel.
Maren liep ernaartoe.
“Ik bekijk ze eerst.”
Sloane knikte.
Ik bleef bij de deur staan.
“Je zei dat je mijn moeder hebt gezien.”
Ze keek naar mij.
“Ja.”
“Wanneer?”
“Vorige week.”
“Waar?”
“In het huis van Eleanor.”
Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen.
“Hoe zag ze eruit?”
Sloane haalde een foto uit haar telefoon.
Ik pakte hem aan.
Een oudere vrouw stond naast Eleanor in een tuin. Haar haar was grijs, haar gezicht smaller dan ik me herinnerde, maar ik herkende haar.
Mijn moeder.
De vrouw die ik zes jaar geleden had begraven.
Ik voelde mijn knieën slap worden.
“Wie is zij?”
Sloane keek me aan.
“Je moeder.”
“Ze is dood.”
“Nee.”
“Ik heb haar graf bezocht.”
“Ik weet het.”
Ik keek naar de foto.
“Waarom heeft niemand me iets verteld?”
Sloane haalde diep adem.
“Omdat je moeder niet wilde dat je wist dat ze nog leefde.”
Maren kwam naar ons toe met de documenten.
“Elise, we moeten dit onmiddellijk veiligstellen.”
Ik keek naar haar.
“Wat staat erin?”
Ze opende de map.
“De medische overeenkomst. De betaling aan de kliniek. De machtiging voor de eicelafname.”
Ze bladerde verder.
Toen stopte ze.
“En een brief.”
Ik pakte hem aan.
Mijn naam stond erop.
In het handschrift van mijn moeder.
Ik vouwde het papier open.
Mijn lieve Elise,
Als je deze brief leest, betekent dit dat Richard zijn plan heeft uitgevoerd. Ik heb geprobeerd hem tegen te houden, maar ik heb gefaald.
Ik weet dat je denkt dat ik dood ben. Dat was noodzakelijk. Ik heb je niet verlaten omdat ik niet van je hield. Ik ben verdwenen omdat ik ontdekte wat er met je lichaam zou gebeuren als je ooit de waarheid over de Ashford-familie zou kennen.
Ik moest even stoppen.
Maren legde haar hand op mijn arm.
Ik las verder.
De eicellen die Richard heeft laten gebruiken, zijn niet alleen afkomstig uit jouw medische dossier. Ze zijn afkomstig uit een procedure die ik jaren geleden heb laten uitvoeren zonder dat je het wist. Ik heb je nooit verteld dat je als jonge vrouw een genetische aandoening had die je vruchtbaarheid kon beïnvloeden. Ik wilde je beschermen.
Ik voelde mijn keel dichtknijpen.
Richard ontdekte dat je eicellen uitzonderlijk waardevol waren voor zijn plannen. Hij wilde een erfgenaam creëren die zowel jouw genetische lijn als zijn eigen familielijn zou dragen.
Ik liet de brief zakken.
“Dit kan niet.”
Maren pakte het papier.
“Lees verder.”
Ik dwong mezelf.
Ik heb geprobeerd de procedure te stoppen. Maar toen ik ontdekte dat de kliniek al was betaald, was het te laat. Ik heb de originele gegevens verborgen bij de enige persoon die ik nog vertrouwde.
Onderaan stond een naam.
Niet die van Sloane.
Niet die van Graham.
Maar die van mijn zus.
Mijn moeder had de brief afgesloten met één laatste zin.
Vraag Claire wat er met het eerste embryo is gebeurd.
Ik keek naar Maren.
“Wie is Claire?”
Sloane sloeg haar ogen neer.
“De vrouw die mij naar de kliniek heeft gebracht.”
“Je bedoelt mijn zus Claire?”
Ze knikte.
Ik voelde de wereld om me heen kantelen.
Mijn moeder leefde.
Mijn zus had de procedure geregeld.
Mijn lichaam was gebruikt om een kind te verwekken met het sperma van Richard.
En er was nog een eerste embryo.
Ik keek naar Sloane.
“Waar is het andere kind?”
Ze begon te huilen.
“Dat is precies waarom ik je wilde zien.”
“Waar is het?”
Ze pakte mijn hand.
“Het eerste embryo is zes maanden geleden al teruggeplaatst.”
Ik staarde haar aan.
“Bij wie?”
Ze keek naar de deur.
Toen fluisterde ze:
“Bij jouw moeder.”
Ik hoorde mezelf niet meer ademen.
Mijn moeder was niet alleen in leven.
Ze was zwanger geweest.
Van een embryo dat uit mijn eicel en Richards sperma was ontstaan.
Een kind dat biologisch mijn halfbroer of halfzus zou zijn.
En mogelijk al geboren.
Ik keek naar Maren.
“Is dit waar?”
Ze bladerde door de medische papieren.
“De documenten wijzen op twee embryo’s.”
“En de eerste?”
“Er staat een terugplaatsing geregistreerd.”
“Bij mijn moeder?”
Maren knikte langzaam.






