Mijn stem was zacht.
“Vandaag hebben we weer een kindje geholpen.”
Ik streek over de roze deken.
“Je zou trots op me zijn.”
Buiten begon het te regenen.
Ik sloot mijn ogen en dacht aan de laatste keer dat Daisy tegen me had geglimlacht.
“Tweet.”
Een klein woordje.
Een heel leven aan herinneringen.
En voor het eerst sinds haar dood voelde ik naast mijn verdriet ook iets anders.
Hoop.
Want Mason had ooit gezegd dat ik moest ophouden een scène te maken en mijn dochter naar huis moest brengen.
Hij had gedacht dat hij met één telefoontje mijn wereld kon beëindigen.
Hij had gedacht dat ik zonder hem niets zou zijn.
Hij had gedacht dat hij het geld, de macht en de waarheid bezat.
Maar hij had één ding vergeten.
Mijn vader had me geleerd dat geld macht kan geven, maar dat macht zonder verantwoordelijkheid uiteindelijk alles vernietigt.
En Daisy had me geleerd dat liefde niet bestaat uit mooie woorden, dure cadeaus of beloften.
Liefde betekent dat je er bent.
Vooral wanneer iemand je het hardst nodig heeft.
Ik keek nog één keer naar haar foto.
“Ik ben er nog, lieverd.”
Toen fluisterde ik de woorden die ik haar altijd had verteld voordat ze ging slapen.
“Welterusten, mijn kleine vogeltje. Mama houdt van je. Voor altijd.”






