‘Ik heb alles veiliggesteld. De brief van mama, de bankafschriften, de eigendomsakte. Alles.’
Mijn ogen vulden zich met tranen.
Daniel stond enkele meters verderop tussen twee agenten.
Hij keek naar ons.
‘Brian, vertel haar dat ze dit verkeerd begrijpt!’
Mijn broer draaide zijn hoofd.
‘Je hebt mijn zus gedrogeerd en haar naar een begraafplaats gebracht. Ik denk dat je voorlopig genoeg hebt gezegd.’
Daniel begon te lachen.
‘Je hebt geen idee wat er werkelijk speelt.’
Een agent boeide zijn handen.
‘Dat mag u straks aan de recherche uitleggen.’
Toen Daniel in de politieauto werd gezet, keek hij nog één keer naar mij.
Zijn glimlach was verdwenen.
‘Je zult hier spijt van krijgen, Laura.’
Ik wilde antwoorden.
Maar mijn lichaam kon niet meer.
De ambulance arriveerde enkele seconden later.
Een paramedicus controleerde mijn hartslag en pupillen.
‘We moeten haar onmiddellijk meenemen.’
Brian hield mijn hand vast terwijl ze me op de brancard legden.
‘Ik ga met je mee.’
Ik keek hem aan.
‘Mijn moeder…’
‘Ik bel haar.’
‘Niet… bang maken.’
Hij boog zich voorover en kuste mijn voorhoofd.
‘Je hoeft je nergens meer zorgen over te maken.’
Maar terwijl de ambulance wegreed, zag ik Brian door het raam nog één keer naar Daniel kijken.
Zijn gezicht was veranderd.
Hij was niet alleen bang om mij kwijt te raken.
Hij was woedend.
En ik wist dat hij iets vermoedde wat ik nog niet wist.
Daniel was niet alleen uit op ons huis.
Hij had haast gehad.
Een haast die alleen verklaard kon worden door iets wat veel groter was dan honderdvijftigduizend dollar.
Toen ik mijn ogen weer opende, lag ik in een ziekenhuisbed.
Een helder wit plafond bevond zich boven me. Naast het bed piepte een monitor regelmatig. Mijn mond was droog en mijn hoofd voelde alsof iemand er een zware steen op had gelegd.
Ik probeerde mijn arm te bewegen.
‘Rustig, Laura.’
Brian zat naast me.
Hij zag eruit alsof hij de afgelopen uren geen seconde had geslapen. Zijn overhemd was gekreukt, zijn ogen waren rood en zijn handen lagen stevig om een kartonnen koffiebeker geklemd.
‘Waar ben ik?’
‘In het ziekenhuis. Je bent veilig.’
Ik slikte.
‘Wat hebben ze gevonden?’
Brian zette zijn koffie neer.
‘Een arts heeft vastgesteld dat je een onbekende stof binnengekregen hebt. De politie heeft inmiddels een bloedmonster veiliggesteld. Ze onderzoeken precies wat Daniel door je eten heeft gedaan.’
Ik sloot mijn ogen.
‘Heeft hij bekend?’
‘Nee. Hij beweert dat je tijdens het diner onwel werd en dat hij je naar het ziekenhuis wilde brengen.’
Ik keek hem aan.
‘Hij reed naar de begraafplaats.’
‘Dat weten we.’
‘Waarom?’
Brian zweeg even.
‘De politie heeft zijn auto onderzocht. In de kofferbak vonden ze een schop, een plastic zeil, een jerrycan met brandstof en een tweede set kleding.’
Ik voelde mijn maag samentrekken.
‘Een schop?’
Brian knikte.
‘En er lag een map met documenten op de passagiersstoel.’
‘Welke documenten?’
Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn.
‘Documenten over ons huis.’
Ik probeerde overeind te komen, maar de pijn dwong me terug in het kussen.
‘Wat voor documenten?’
‘Een koopovereenkomst. Volgens dat document had jij ingestemd met de verkoop van het huis aan een vastgoedbedrijf.’
Ik staarde hem aan.
‘Ik heb nooit iets verkocht.’
‘Dat weet ik.’
‘Mijn handtekening?’
Brian keek me ernstig aan.
‘Die stond erop.’
Ik voelde een koude rilling over mijn rug gaan.
‘Vervalst?’
‘Waarschijnlijk. De politie laat het onderzoeken.’
Hij schoof zijn stoel dichterbij.
‘Maar Laura, er is iets veel vreemders.’
‘Wat?’
‘Hij had ook een kopie van de schenkingsbrief van mama.’
Ik sloot mijn ogen.
Mijn moeder had die brief zorgvuldig laten opstellen. De honderdvijftigduizend dollar waren geen lening aan Daniel geweest. Het was een schenking aan mij, bedoeld als bijdrage aan de aankoop van het huis.
Mijn moeder had erop gestaan dat alles juridisch correct werd vastgelegd.
Ze had zelfs Brian als getuige laten tekenen.
‘Hoe heeft hij die kopie gekregen?’ vroeg ik.
‘Dat weten we nog niet.’
Ik dacht aan de blauwe map die Daniel op tafel had gelegd.
Aan zijn vragen over de akte.
Aan de manier waarop hij steeds had geprobeerd mijn voorzichtigheid belachelijk te maken.
‘Brian, ik denk dat hij al maanden iets voorbereidde.’
Mijn broer knikte.
‘Dat denk ik ook.’
Hij haalde een tweede telefoon uit zijn jas.
‘Ik heb iets gevonden toen ik gisteren je e-mails controleerde.’
Ik fronste.
‘Waarom heb je mijn e-mails gecontroleerd?’
‘Omdat de politie vroeg of je de afgelopen maanden verdachte berichten had ontvangen. Ik heb niets verwijderd. Maar ik zag een bericht dat je waarschijnlijk nooit hebt geopend.’
Hij liet het scherm zien.
Het was een e-mail van een advocatenkantoor in Seattle.
Het onderwerp luidde:
Bevestiging van eigendomsoverdracht – dringend.
Ik keek naar de datum.
Zes weken eerder.
‘Ik heb dit nooit gezien.’
‘Dat geloof ik.’
Hij opende de e-mail.
De inhoud was kort.






