Ik opende mijn contacten en belde Marcus.
‘Ik wil alles weten over Thomas Carter.’
‘Ik heb je toch al verteld wie hij is.’
‘Ik wil weten waar hij werkt, wie zijn familie is, wat zijn achtergrond is en hoe hij Evelyn heeft leren kennen.’
Marcus zweeg.
‘Adrian, mag ik je iets vragen?’
‘Niet nu.’
‘Heb je ooit overwogen dat deze informatie misschien niet bedoeld was om je te helpen?’
Ik fronste.
‘Wat bedoel je?’
‘Je vroeg me drie jaar geleden om Evelyn niet meer te volgen. Je zei dat je haar uit je leven wilde wissen. Ik heb me daaraan gehouden.’
‘En?’
‘Maar toen ik de foto ontving, heb ik iets anders ontdekt.’
Ik ging rechtop staan.
‘Wat?’
‘De foto is niet naar ons kantoor gestuurd door een onbekende. Hij is persoonlijk afgeleverd. En de afzender heeft geen naam achtergelaten.’
‘Waarom vertel je me dat nu pas?’
‘Omdat ik eerst wilde controleren wie hem had gestuurd.’
‘En?’
Marcus ademde langzaam uit.
‘Het was iemand uit jouw eigen familie.’
Ik verstijfde.
‘Wie?’
‘Je moeder.’
Ik zei niets.
Mijn moeder was twee jaar geleden overleden. Ze had me tijdens haar laatste maanden regelmatig gevraagd of ik ooit nog contact met Evelyn zou opnemen. Ik had iedere keer hetzelfde antwoord gegeven: dat hoofdstuk was afgesloten.
‘Waarom zou mijn moeder een foto van Evelyn en die kinderen naar mij sturen?’
‘Dat weet ik niet. Maar er zat een brief bij.’
‘Welke brief?’
‘Ik heb hem hier.’
‘Lees hem voor.’
Ik hoorde papier bewegen.
Toen begon Marcus te lezen.
‘Adrian, als je dit ooit onder ogen krijgt, betekent het dat je eindelijk hebt ontdekt wat je destijds hebt weggegooid. Er is iets wat ik je nooit heb durven vertellen. Evelyn heeft niet alleen geprobeerd je over de zwangerschap te vertellen. Ze heeft mij diezelfde ochtend ook gebeld.’
Mijn hart sloeg een slag over.
‘Ga verder.’
Marcus zweeg enkele seconden.
‘Je moeder schreef dat Evelyn haar had verteld dat jij mogelijk niet de enige persoon was die betrokken was bij de reden waarom ze die ochtend naar je toe kwam.’
Ik fronste.
‘Wat betekent dat?’
‘Ik weet het niet. Maar er is nog een laatste zin.’
‘Lees hem.’
Marcus slikte.
‘Als je wilt weten waarom Evelyn werkelijk vertrok, moet je onderzoeken wat er gebeurde tijdens de laatste zes maanden van jullie huwelijk. Begin bij de nacht waarop Adrian thuiskwam met bloed op zijn overhemd.’
Ik liet mijn telefoon bijna vallen.
Bloed.
Ik herinnerde me die nacht.
Een zakelijke bijeenkomst in Boston. Een auto die langs een verlaten weg tot stilstand was gekomen. Een man die op de achterbank lag en een ongeluk dat volgens iedereen nooit had plaatsgevonden.
Ik had Evelyn destijds verteld dat ik een vergadering had gehad.
Maar mijn moeder had blijkbaar meer geweten.
‘Marcus,’ zei ik langzaam. ‘Wat weet jij over die nacht?’
‘Meer dan ik je ooit heb verteld.’
‘Dan begin je nu te praten.’
Hij antwoordde niet meteen.
Toen hoorde ik hem zacht zeggen:
‘Adrian, ik denk dat Evelyn niet alleen van je is weggegaan omdat je haar verwaarloosde. Ik denk dat ze iets over jouw bedrijf heeft ontdekt. Iets wat jij zelf misschien nooit hebt geweten.’
De volgende ochtend stond Marcus om acht uur voor mijn hotelkamer.
Hij had een dikke bruine envelop bij zich.
‘Wat zit daarin?’ vroeg ik.
‘Documenten uit het oude bedrijfsarchief.’
Ik nam de envelop aan en maakte hem open.
Bovenop lag een afdruk van een e-mail van acht jaar geleden. De afzender was mijn voormalige financieel directeur, Richard Hale. De ontvanger was Evelyn.
Ik las de eerste regel.
Mevrouw Whitmore, uw man weet niet wat er met de overboekingen gebeurt. Als u hem hierover informeert, loopt u mogelijk zelf gevaar.
Ik keek op.
‘Waarom heeft Evelyn deze e-mail ontvangen?’
Marcus haalde een tweede document tevoorschijn.
‘Dat is nog niet alles.’
Het was een bankafschrift. Verschillende bedragen waren over een periode van maanden overgemaakt naar een buitenlandse rekening. De bedragen waren groot genoeg om een bedrijf in ernstige financiële problemen te brengen.
Onderaan stond een handtekening.
Mijn handtekening.
‘Dit is vervalst.’
‘Dat dacht ik ook.’
‘Wie heeft dit gedaan?’
Marcus keek me recht aan.
‘Richard Hale.’
Ik voelde mijn gezicht verstijven.
Richard was jarenlang mijn vertrouweling geweest. Hij had toegang tot mijn financiële documenten, mijn handtekeningen en vrijwel iedere belangrijke zakelijke beslissing.
Maar hij was drie jaar geleden plotseling verdwenen.
‘Waar is hij nu?’
Marcus legde een laatste foto op tafel.
Het was een recente foto van Richard die een restaurant in Boston verliet.
Naast hem stond een vrouw.
Evelyn.
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
‘Wanneer is deze foto gemaakt?’
‘Vorige maand.’
Ik staarde naar het beeld.
Evelyn en Richard. Samen. In Boston.
Mijn hoofd begon onmiddellijk allerlei mogelijkheden te bedenken, maar Marcus onderbrak me.






